Atleet Vroemen mist Spelen na positieve dopingtest

In de urine van atleet Simon Vroemen (39) zijn sporen aangetroffen van het verboden middel metandiënon (merknaam dianabol), bij een door hem zelf aangevraagde dopingcontrole in juni.

Hoewel Vroemen de mogelijkheid openhoudt dat de contra-expertise hem vrijpleit, heeft hij besloten niet naar de Olympische Spelen in Peking te gaan. Hij zou uitkomen op de 3.000 meter steeplechase. „Onder deze omstandigheden heb ik daar helemaal geen zin in”, zegt Vroemen.

Het ontdekte middel metandiënon, behorend tot de anabole steroïden, is populair onder bodybuilders. „Het stimuleert de groei van de spieren”, zegt Berend Nikkels, huisarts in Breda en begeleider van Vroemen. „Je wordt er niet zozeer sterker van, maar wel meer opgeblazen. Als steepleloper heb je er dus niets aan. Bovendien is dit middel tot negen maanden te traceren bij een dopingtest.”

Vroemen, in 2004 zesde bij de Olympische Spelen in Athene, maakte dit jaar een indrukwekkende comeback. Bij wedstrijden in het Duitse Cottbus kwalificeerde hij zich op 11 juni met een toptijd van 8.12,50 (de derde wereldseizoentijd) royaal voor ‘Peking’. „Ik heb na die wedstrijd zelf gevraagd of ik kon worden gecontroleerd”, zegt Vroemen. „Maar ze hadden acht atleten aangewezen en er waren niet genoeg middelen om meer controles uit te voeren. Omdat ik mijn prestatie wilde laten gelden als een kwalificatie voor de Olympische Spelen heb ik binnen drie dagen alsnog een test aangevraagd. De Nederlandse Dopingautoriteit heeft me toen out ofcompetition getest, in de lobby van een hotel in Wolvega. Vorige week woensdag werd ik ingelicht over de positieve uitslag. Ik was met stomheid geslagen.”

Vroemen, die niet eerder op doping is betrapt, begrijpt niets van de positieve uitslag. „Mijn carrière was allang geslaagd. Puur omdat het zo lekker ging in trainingen ben ik weer wedstrijden gaan lopen. Dan ga je toch niet bewust risico’s nemen? Wie gebruikt een middel dat zo lang te traceren is in een periode van wedstrijdvoorbereiding? Het kan gewoon niet dat je zoiets bewust doet.”

In afwachting van de contra-expertise, die volgende week dinsdag of woensdag in Keulen wordt uitgevoerd, heeft Vroemen begrepen dat er slechts „een minieme dosis” is gevonden. „Maar het is geen lichaamseigen stof, dus er is geen ondergrens”, weet de atleet die de afgelopen dagen naar een mogelijke verklaring heeft gezocht. „Ik wil eerst de B-staal afwachten, misschien is die helemaal niet positief. Maar ik heb de afgelopen winter de ziekte van Pfeiffer gehad. Een van de tips was veel Chinese kruidenthee te drinken met ginseng. Misschien is dat supplement wel vervuild geweest.”

De atleet, die afgelopen weekeinde in Amsterdam voor de twaalfde keer Nederlands kampioen werd, stelt met nadruk dat hij in de periode van zijn ziekte eigenlijk geen topsporter meer was. „Ik bereidde me voor op een nieuwe baan in maart, wilde daar fit aan beginnen. Maar ik keek niet meer alles na wat ik nam. Ik was minder scherp bezig dan in de vijftien jaar daarvoor als topsporter. Onbewust hoor, daar denk je niet bij na.”

Vroemen wil benadrukken dat hij geen uitvluchten zoekt. „Ik ga alleen maar na wat het kán zijn geweest.”

Zo nam hij vorige maand deel aan een trip naar Egypte. „Een buitenlandse arts vroeg me of ik de afgelopen periode misschien koeienvlees had gegeten in het buitenland. In Noord-Afrika en Zuid-Amerika spuiten ze die beesten vol met hormoonpreparaten. Als je dan hoort dat ze bij mij maar een minieme concentratie hebben gevonden, zou dat er wellicht mee te maken kunnen hebben.”

Vanwege de lage dosis heeft Vroemen, die zelf is gepromoveerd in de moleculaire wetenschappen, besloten volgende week aanwezig te zijn bij de contra-expertise in Keulen. „Er is nog een scenario mogelijk dat ik daarna weer vrij man ben. Het is zo allemaal heel vervelend. Toevallig ging het lopen weer onwijs lekker, zo lekker dat de Olympische Spelen in beeld kwamen. Maar ik liep puur voor mijn plezier. Na zo’n stressperiode is de lol er wel van af.”

Telkens als hij de afgelopen dagen met ‘Peking’ werd geconfronteerd, sloeg de twijfel toe. „Shit, dacht ik dan. Ik had er zo’n zin in mijn carrière bij de Spelen af te sluiten. Maar nog vervelender vind ik de gedachte dat zo’n lullig gevalletje eventueel een smet werpt op een mooie sportcarrière. Ik hoop maar dat de mensen mij zullen herinneren om mijn prestaties als atleet, niet om wat er nu allemaal speelt.”