Asociaal opwindend

cd pop

Mötley Crüe: Saints Of Los Angeles ****

Nu Motörhead en de Sex Pistols op Lowlands mogen staan, wordt het tijd voor de sector alternatieve rock om het heropgerichte Mötley Crüe serieus te gaan nemen. Begin jaren tachtig vertegenwoordigde het viertal uit Los Angeles alles wat er fout was aan de zogenaamde ‘hair metal’: mannen met geföhnde hoofden die bloedsimpele hardrocksongs brulden over drugs, wilde meisjes en dronken worden op de Sunset Strip.

Mötley Crüe stopte in 1992 en leek reddeloos. Hun gevaarlijke levenswandel werd opgetekend in het spectaculaire boek The Dirt, één van de beste rockbiografieën ooit. Terwijl drummer Tommy Lee in het nieuws bleef wegens zijn pornotapes met Pamela Anderson, raakten bassist Nikki Sixx, gitarist Mick Mars en zanger Vince Neil in een treurige spiraal van verdere excessen en onderling conflict.

Totdat het zootje ongeregeld in 2004 weer bij elkaar kwam en een drietal nieuwe songs toevoegde aan een welkom Best Of-album. Ze namen daarna de tijd voor een nieuwe cd en het wonder geschiedde: Saints Of Los Angeles is het beste hardrockalbum dat in de afgelopen twintig jaar is verschenen. Jonge bands als Wolfmother kunnen een voorbeeld nemen aan de verpletterende sound van een cd die weer net zo asociaal en opwindend klinkt als hun oude werk.

„I wanna make a lot of money / but I don’t wanna go to school”, zingt Neil in de snoeiharde beginselverklaring Face down in the dirt, alsof The Crüe nog uit dwarse pubers bestaat die hun puistjes niet zijn ontgroeid. „We’re the voice in your head / we’re the trash in your bed”, vervolgt hij in White trash circus. Mötley Crüe doet niet moeilijk en stuurt rechtstreeks aan op de oerinstincten, met veelzeggende songtitels als The animal in me en Chicks-trouble.

Vince Neil is beter bij stem dan ooit en kan zich als 47-jarige blonde rockgod nog prima voordoen als groupiemagneet. Hij steelt een songtitel van Bon Jovi en maakt van This ain’t a love song een wervende ode aan seks om de seks, zoals Johnny Rotten ooit kon beweren dat „liefde iets is wat je voelt voor een hondje”. Het gitaarintro van Welcome to the machine behoort tot de ruigste ontspoorde wahwahpartijen ooit en de drums van Tommy Lee klinken strak en heftig als een menselijke drummachine met zeventien armen.

Dat alles verpakt in songs die van een metaldinosaurus verwacht mochten worden. Saints Of Los Angeles is drie kwartier onontkoombare luchtgitaarmuziek. Wie hier niet van houdt, houdt niet van rock & roll.