Alleen Gaddafi niet naar Parijs

De Arabische leiders uit het gebied zien de Mediterrane Unie vooral als een poging om Israël te helpen. Maar ze kunnen het zich niet permitteren verstek te laten gaan.

De Syrische president Bashar al-Assad is zondag op de top van de ‘Unie voor het Middellandse-Zeegebied’ in Parijs een van de contentste aanwezigen, zo niet dé contentste van de veertig staats- en regeringsleiders. Zijn verblijf in de Franse hoofdstad – morgen een onderhoud met president Sarkozy, maandag gast bij het defilé van de 14de juli – bezegelt het einde van het internationale isolement waarin de Verenigde Staten en Frankrijk Syrië hadden gedrongen na de moord op de Libanese oud-premier Hariri in februari 2005. Hariri was een persoonlijke vriend van Sarkozy’s voorganger Chirac, die dan ook niet gelukkig schijnt te zijn.

Assad heeft er nauwelijks iets voor hoeven te doen: de aan Damascus toegeschreven moord op Hariri is niet bestraft, hij heeft zijn bondgenootschap met Iran niet opgezegd noch de steun beëindigd voor Hezbollah en Hamas die op westerse terreurlijsten staan. Hij laat zijn honderden politieke gevangenen niet vrij.

In Libanon laat het Syrische leiderschap ook nog steeds zijn invloed voelen – de oplossing van de politieke impasse tussen de door het Westen gesteunde regering en de pro-Syrische oppositie kwam neer op een knieval door de Libanese regering.

Alleen is Assad wél aanwezig op de Mediterrane top, het feest van Sarkozy.

De Franse president heeft zich veel moeite getroost om zoveel mogelijk Arabische leiders naar Parijs te halen, naast de Israëlische premier Ehud Olmert en natuurlijk de Europese gasten.

Velen van hen waren er om uiteenlopende redenen helemaal niet zo happig op. Omdat de Unie voorlopig niemand veel voordeel zal brengen. Maar ook omdat zij vermoedden dat de top en de Unie mede waren bedoeld om de Arabische deelnemers te verleiden tot een de facto deal met Israël, zonder dat daar territoriale en andere concessies tegenover staan.

„Hoe kunnen Israël en Syrië, Israël en de Palestijnen een unie hebben als ze zijn verwikkeld in een confrontatie”, vroeg bijvoorbeeld de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken, Ahmed Aboul Gheit, zich af.

Zijn Algerijnse ambtgenoot Mourad Medelci merkte vorige maand op dat „het niet de Mediterrane Unie is die de normalisering tussen Israël en de Arabische landen moet bewerkstelligen”.

Egypte liet zich paaien met het co-voorzitterschap van de Unie. Om de Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika naar Parijs te krijgen was in juni nog een reis van de Franse premier François Fillon naar Algiers nodig, onder andere met het doel om een contract voor nucleaire samenwerking te ondertekenen. Je kunt uiteindelijk beter binnen de Unie zijn dan erbuiten kritiek te leveren, zei een Noord-Afrikaanse diplomaat tegen het Franse persbureau AFP.

Alleen de Libische leider Moammar Gaddafi weigert mee te doen, hoewel hij in december nog zo warm door Sarkozy in Parijs werd ontvangen. Ook hij meende dat Sarkozy’s plan was bedoeld om de Arabieren Israël op te dringen. Gaddafi voorspelde deze week dat moslimextremisten de Unie zullen zien als een nieuwe poging van het Westen islamitisch land te koloniseren en dat het project zo tot nieuwe terreur zal leiden.