Achter Donald Duck kan het OM zich niet verschuilen

Voor de wat luiere of minder begaafde student werden in mijn tijd twee richtingen aanbevolen: rechten of theologie. Drie jaar, zeiden ze, dan kun je je doctoraal hebben. Aanstaande juristen en predikanten deden er dus zes à zeven jaar over, want dat mocht toen nog, als je elk jaar maar die onnozele tweehonderd gulden collegegeld stortte. Those were the days.

Theologie is intussen op veel universiteiten geschrapt, want het aanbod volgt de vraag. Kampen blijft natuurlijk altijd een mogelijkheid, maar ik weet niet of je daar zuiver academisch godgeleerd kunt worden. Ik heb bovendien al vaker vastgesteld dat veel disciplines (preken, acteren, schrijven, timmeren, eigenlijk ook genezen) die vroeger heel wat voorstelden, bezig zijn uit te sterven, omdat iedereen het kan. Je kunt misschien nog voor de kansel worden opgeleid bij het Hoger Beroeps Onderwijs, maar dan val je onder Doekle Terpstra, de rector magnificus van de zesminnetjes. En dat moet je ook maar willen. Dan liever afscheid van domineesland.

Over de alumni van de rechtenfaculteit zou je je andere zorgen kunnen maken. Vast staat dat er nog altijd, ook in Nederland, eminente rechtsgeleerden zijn over wie je zelden of nooit iets ziet of hoort, omdat ze zich met huid en haar hebben opgesloten binnen de ivoren toren van hun wetenschap. Volgens mij bestaat er geen Nobelprijs voor rechten, anders zou er in die categorie allang een juridische Kamerlingh Onnes in Stockholm zijn opgemerkt.

Maar alle aandacht gaat de laatste jaren helaas uit naar officieren van justitie die weliswaar ook een mastertitel moeten hebben gehaald, maar bij wie je toch altijd de indruk houdt dat ze niet zozeer een studie hebben voltooid als wel de avondcursus van een juridische ambachtschool hebben gevolgd. In het volle leven geven ze er ook telkens weer blijk van (ik zal u de honderden voorbeelden besparen) dat ze de meest elementaire regels van hun métier nooit onder de knie hebben gekregen.

Nu hebben ze weer 1.900 uur afgeluisterde telefoongesprekken tussen daders en hun advocaten netjes bewaard (en met hun stomme kop ook nog op schijfjes naar advocaten gestuurd van heel andere zaken), terwijl ze in het eerste trimester al hebben geleerd dat je wel onethisch mag afluisteren, maar dat je juist daarom de taps als de donder moet wissen, vóór Spong er achter komt. Die regel bleken ze in december 2007 al kwijt te zijn geweest toen door hun schuld levensgevaarlijke criminele leden van een keurige motorrijdersvereniging moesten worden vrijgesproken. Ze zijn ’m nog steeds kwijt.

Toen de opgeluchte Hell’s Angels indertijd voor alle denkbare camera’s luidruchtig hun ontslag van rechtsvervolging hadden gevierd, kwam de voorzitter van het College van Procureurs-generaal uitleggen hoe het was gekomen. Harm Brouwer, de goeierd. Hij zei: „Het zijn inderdaad blunders. Maar het zijn oude blunders.” Hij bedoelde dat ze na een interne reshuffling nu nooit meer konden voorkomen. Dus logisch, dat hij niet zo gauw een nieuwe verklaring bij de hand had en Hanneke Festen naar de televisie stuurde, het mooiste persmeisje van de klas. Ik zou ook niet weten welke oneigenlijke uitvluchten zij weer had verzonnen, want ik kon geen oog van haar afhouden, en dan zijn je oren vanzelf een stuk minder attent.

Zouden de stommiteiten te maken kunnen hebben met het zojuist onthulde feit dat Donald Duck onder Nederlandse studenten het meest gelezen tijdschrift is? Die gedachte verwierp ik meteen. Van jongs af aan – zeg maar gerust van Dick Bos tot en met Asterix – heb ik niet van strips gehouden omdat ik ze te ingewikkeld vond.

Als stripboeken je grote liefhebberij zijn, haal je je rechten binnen een jaar. Met theologie er desnoods nog bij.