Will’s leven is op zich al een film

De carrière van Will Smith lijkt een film: van Fresh Prince naar onwillige antiheld.

In Hancock neemt de King of the Blockbusters het sterrendom op de hak.

Het kan de besten overkomen. Zelfs de superhelden onder ons. Op een dag ben je down and out, lig je op een bankje in het park je roes uit te slapen, moet er zonodig een jochie aan je jas trekken omdat het weer tijd voor actie is. Dat is in een notendop Will Smith alias John Hancock in de nieuwe antisuperheldenfilm Hancock. Dat Smith Hancock speelt, misschien wel Hancock ís, is geen toeval. Zelden werd een matige rapper zo snel naar het succes gekatapulteerd als Willard Christopher Smith Jr. Dan kun je beter zelf de downfall in scène zetten, voordat hij komt.

Het verhaal van de carrière van de op 25 september 1968 in Philadelphia geboren Will Smith lijkt zelf wel een film. Als het duo DJ Jazzy Jeff and the Fresh Prince verdiende hij in zijn late tienerjaren zo veel geld, dat hij begin twintig al bankroet geweest was en weer opgekrabbeld. Grootste hit: Parents Just Don’t Understand. Gelukkig ontmoette hij toen een slimme producent die hem vroeg zichzelf te spelen: een streetwise Philly kid dat een tijdje bij zijn sjieke familie in Beverly Hills intrekt om gepolijst en opgevoed te worden.

Na Bill Cosby was de tijd rijp voor een nieuwe zwarte sitcom-held en The Fresh Prince of Bel-Air werd een enorme hit. Net zoals zijn personage zijn verblijf onder de rook van Hollywood gebruikte om een carrière in de showbizz na te jagen, trok Smith in real life ook de aandacht van de juiste personen.

Toen de tv-serie in 1996 na zes succesvolle seizoenen stopte stond Smith al op de affiches van de grote zomerblockbuster van dat jaar: Independence Day, waarin hij, bovendien een unicum, als een van de eerste zwarte actiehelden de wereld van een buitenaardse invasie mocht redden. Het tijdperk van de spierbundels van Sylvester Stallone en Bruce Willis was voorbij. Smith trainde weliswaar braaf zijn biceps, maar het echte gevaar kwam uit zijn mond. Als een mitrailleur vuurde hij de ene na de andere oneliner en wisecrack af. Dat was nog eens rappen.

Sindsdien domineert Smith elke zomer de box office: als vuilbekkende agent in twee Bad Boys-films (met Martin Lawrence, in 1995 en 2003) en tegenover Tommy Lee Jones in twee Men in Black-films (1997 en 2002), als subversieve westernheld in Wild Wild West (1999). Als er met hoofdletters ANTI voor stond, was geen heldenrol Smith te dol. Maar echte antihelden waren het nog niet. Dat kwam pas met rollen in Enemy of the State (1998), de Isaac Asimov-verfilming I, Robot (2004) en vorige zomer als laatste man op aarde in I’m Legend.

Vooral die laatste twee sf-films zijn intrigerend. Smith speelt ogenschijnlijk onwillige mensenredders die de aarde een nieuw tijdperk inleiden. Liefhebbers van Hollywoodcomplotten vinden dan ook dat Smith en zijn vrouw Jada Pinkett-Smith veel te goed bevriend zijn met filmster-Scientology-aanhanger Tom Cruise, die ook al veel te vaak van die filmische verlossers wil spelen. Is het daarom fijn dat Smith in Hancock gewoon ouderwets brokken maakt? De Smithiaanse superheld is even zijn verlichte aura kwijt. Het is best lekker om af en toe eens naar een gewoon mens te kijken.

Lees ook de recensie van ‘Hancock’ op pagina 20.