Wadden straks alleen voor elite

Staatsbosbeheer, eigenaar van de grond op Vlieland, wil mee profiteren van de gestegen huizenprijzen.

Voor toeristen dreigt het eiland te duur te worden.

Door zijn kijker tuurt Durk Kooistra naar een groepje foeragerende lepelaars in een slenk op het blauwzwarte wad.

De ornitholoog is euforisch. Het aantal lepelaars in de Kroonpolder op Vlieland neemt ieder jaar toe. Kooistra (63) komt al bijna veertig jaar op het Waddeneiland en in een zwart schrift met hard kaft („dit is mijn negende”) noteert hij met potlood zijn waarnemingen.

De economie van Vlieland is voor 95 procent afhankelijk van het toerisme. Van juni tot en met augustus is de pittoreske Dorpsstraat geconfisqueerd door badgasten, zoals de bewoners ze noemen. Jaarlijks bezoeken zo’n 160.000 toeristen het nagenoeg autovrije eiland.

In afwijking van de landelijke trend is het toerisme op Vlieland relatief onafhankelijk van de conjunctuur. Dat heeft te maken met het type recreant: hoogopgeleid, bovenmodaal en individualistisch. Er is een oververtegenwoordiging van jonge gezinnen en de ‘zilveren generatie’, vertelt de burgemeester.

Durk Kooistra laat een paar vogeltekeningen zien, maar zijn stemming draait als een blad aan de boom om als hij vertelt over zijn vakantiehuisje en de perikelen rondom de erfpacht.

„Mijn schoonouders hebben in de jaren vijftig het huisje bij elkaar gespaard. Wij hebben het geërfd en met de opbrengst van de verhuur spelen we quitte. Maar als de plannen van Staatsbosbeheer doorgaan, zullen we het huisje moeten verkopen. Zo’n erfpacht is niet meer op te brengen. Vlieland wordt dan veroverd door de elite.” Hij pakt zijn spullen en stapt op de fiets. Hij rijdt langs de schelpenpaden aan de duinrand van de Noordzeekust naar Duinkersoord, waar de meeste vakantiehuizen staan.

Op Vlieland zijn vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw vakantiehuizen gebouwd op grond die Staatsbosbeheer in erfpacht uitgaf. In het duingebied staan zo’n 250 recreatiewoningen. De huiseigenaren hebben de grond niet in eigendom, maar huren die langdurig. De afgelopen twintig jaar is de prijs van een vakantiewoning gestegen van 100.000 tot 500.000 euro, becijfert de Vlielandse makelaar Martijn Visser in zijn kantoor aan de Dorpsstraat. Daarvan wil Staatsbosbeheer een graantje meepikken en voor erfpachtcontracten geldt een tarief van 5 tot 7 procent van de economische waarde. Voor huiseigenaren die een nieuw contract moeten afsluiten – onder wie Durk Kooistra – kan dit een vervijfvoudiging van de grondhuur betekenen.

In Duinkersoord is de erfpacht het gesprek van de dag. De wind giert met 7 Beaufort over het eiland, Marloes Benning laat haar bruine labrador uit. „Wij zijn geen bezitters, maar huurders. Als de huur wordt verdubbeld door dat gesodemieter met die erfpacht, dan komen we hier niet meer”, zegt Benning beslist. „Dan gaan we de Duitse wadden ontdekken.” Maar zo ver is het nog niet.

De economie van Vlieland wordt, zo legt de burgemeester uit, voor een belangrijk deel draaiend gehouden door kampeerders en mensen die huisjes huren. „Wanneer de plannen van Staatsbosbeheer doorgaan zijn de vakantiehuizen alleen nog maar bereikbaar voor mensen met een heel dikke portemonnee. Die hoeven niet te verhuren, en dat betekent een geweldige klap voor de middenstand.”

Om de ontstane maatschappelijke en politieke onrust te bezweren heeft verantwoordelijk minister Gerda Verburg (LNV, CDA) een commissie in het leven geroepen, onder leiding van Jitske de Jong, hoogleraar onroerendgoedrecht aan de TU Delft. Erfpachtdeskundige Hans Broeren is ook lid en hij heeft, namens de Nederlandse Vereniging van Erfpachters, zijn analyse al naar de Tweede Kamer gestuurd.

Staatsbosbeheer heeft, zo weet Broeren, besloten structureel zestien miljoen euro per jaar extra binnen te halen met de erfpachtopbrengsten. „Met deze winstmaximalisatie maken ze de economie van de eilanden kapot”, zegt Broeren. Hij verwacht dat de commissie nog dit jaar haar advies zal uitbrengen en tot die tijd worden de contracten niet aangepast. „Kunnen we even op adem komen”, verzucht Baukje Galama, burgemeester van Vlieland. „En hopelijk komen ze tot inkeer, want voor Staatsbosbeheer lijkt elke zandkorrel wel goud.”

„Vroeger was het hier armoe troef”, weet de 78-jarige Nel Cupido. „Het toerisme heeft ons welvaart gebracht en veel eilanders verdienen er een goed belegde boterham aan.” Een oom van haar man was de laatste postiljon van het eiland. Hij verzorgde het postverkeer tussen Oost-Vlieland en Texel. Het eiland is sinds de 17de eeuw sterk onderhevig aan kustafslag met als gevolg dat het belangrijkste dorp – West-Vlieland – in 1736 in de golven verdween. De grootste vijand van het overgebleven dorp – Oost-Vlieland – was niet het water, maar het zand dat vooral ’s winters het dorp binnenstoof. Honderd jaar geleden verkocht de gemeente de woeste grond voor één 1 gulden aan Staatsbosbeheer. Met de aankoop van de grond nam Staatbosbeheer ook de ‘beheersverplichting’ op zich om Oost-Vlieland ‘zandvrij’ te maken.

Na de nodige experimenten om de juiste boomsoort voor het tot dan toe boomloze eiland te vinden, werd tussen de twee Wereldoorlogen een brede bosgordel van Sitka-spar en Oostenrijkse en Corsicaanse den om het dorp aangelegd. Tot op de dag van vandaag is alle grond buiten de dorpskern (zo’n 95 procent) nog in eigendom van Staatsbosheer.

Het eiland met zijn netwerk van fiets- en wandelpaden is vierduizend hectare groot en bestaat voor slechts 1 procent uit bebouwd gebied. In het westen ligt de Vliehors, waar tot 2004 de tanks van de landmacht oefenden. Nu wordt de uitgestrekte zandvlakte alleen nog gebruikt voor schietoefeningen. De kazerne ligt er vandaag verlaten bij. De felle wind speelt met een open raam. Meeuwen hebben nesten gebouwd waar eens de tanks stonden geparkeerd.

Projectontwikkelaars krijgen eurotekens in de ogen wanneer ze aan een alternatieve bestemming voor de kazerne denken. Een toplocatie voor een hotel, maar voorlopig blijft het bij plannen. Vanaf de kazerne loopt, langs het wad, een asfaltweg naar het dorp. Direct ernaast rusten bij vloed de eidereenden, in afwachting van laag water.

Vlieland heeft een aparte indeling. Terwijl op de overige eilanden het belangrijkste dorp en daarmee ook de veerdam aan de westkant liggen en de uitgestrekte zandgronden oostwaarts, is dat bij Vlieland andersom. De zandvoorraad op de Vliehors en de overheersende westenwinden zorgden voor de vorming van het hoogste duin van de Waddeneilanden, het veertig meter hoge Vuurboetsduin, met daarop de vuurtoren. In de luwte ligt Oost-Vlieland.

En op Vlieland ontbreekt de landbouw. De grond is te schraal. Het maritieme bedrijf was met enige kustvisserij eeuwenlang de hoofdbron van bestaan. Het dorp beleefde sinds de 16de eeuw een bloeiperiode door de gunstige ligging aan een beschutte ree, die intensief werd gebruikt door het toenemende scheepvaartverkeer naar de koloniën. In de Dorpstraat staan nog een paar panden uit die tijd. De opening van het Noordzeekanaal in 1876 en de opkomst van de stoomvaart stortte het eiland in een economische crisis waar pas een einde aan kwam toen het toerisme zich ontwikkelde. Het eiland telt ongeveer 7.200 toeristische slaapplaatsen, waarvan er zich 4.000 bevinden op camping Stortemelk en op natuurcamping Lange Paal.

„Dat betekent drukte in de zomer en relatieve rust in de winter”, zegt burgemeester Galama. „Wij streven naar een verdere verbreding van het seizoen.” De ‘gegoede recreant’ staat centraal, waarbij de plannen om een golfbaan aan te leggen zijn gesneuveld. Het eiland wordt gemoderniseerd en op dit moment is de jachthaven aan de beurt. „Dat was ook wel nodig”, zegt Tjalling van der Zee aan boord van zijn Bavaria, „want in het hoogseizoen lag je hier acht rijen dik. Breekt er dan brand uit dan heb je, met al die polyester boten, een tupperware-inferno”.

En misschien wordt ook Durk Kooistra wel één van de nieuwe passanten. „Als we het huisje moeten verkopen dan kopen we misschien een Vollenhovense Bol. Een mooi klein scheepje, waarmee je ook goed kan droogvallen op het Wad. Kan ik nog dichter bij de vogels komen.”