Utrecht moet z’n huizen érgens kwijt

Woningbouw is een belangrijk twistpunt in de provincie Utrecht. Nieuwe cijfers van het CBS hebben de urgentie verhoogd. Het wordt in Utrecht nog drukker dan voorspeld.

Rijnenburg is de laatste grote bouwlocatie die nog beschikbaar is binnen de bestemmingsplannen van de provincie Utrecht. De polder ligt ten zuidwesten van de stad Utrecht. Volgens het provinciebestuur, dat gisteren naar aanleiding van de kwestie viel, kunnen er 15.000, misschien wel 20.000 woningen komen. De gemeente Utrecht denkt eerder aan 5.000, hoogstens 7.000. De provincie moet ergens huizen kunnen bouwen, want de druk op de woningmarkt in midden-Nederland is enorm. Dus wordt een dwangmiddel, de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening (nWRO) ingezet.

Uit een prognose van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat er in 2025 bijna 400.000 mensen in de stad Utrecht wonen, 36 procent meer dan nu. De grootste vinexlocatie van het land, Leidsche Rijn, vangt veel groei op, maar lang niet alles. Terwijl in de puntjes van Limburg en Groningen het aantal inwoners daalt, worden steden in de Randstad populairder.

Jan Latten, sociaal-demograaf van het CBS, noemt Utrecht „de draaischijf voor jonge stellen”. „In het midden van het land vestigen zich veel hoogopgeleide tweeverdieners. Die hebben beiden een baan waarvoor ze bereid zijn verder te reizen. Als de een in Rotterdam werkt en de ander in Amsterdam, dan is Utrecht een goede woonlocatie.” Ook Utrecht zelf heeft veel werkgelegenheid voor zogenaamde kenniswerkers.

Latten: „Je kunt de druk op Utrecht als een probleem zien, maar het is een succesplek. Het was altijd het kleintje van de vier grote steden, maar nu is er een tienbaansweg gepland [A2, red.] en een toren van twee-, driehonderd meter hoog [de Belle van Zuylen, red.]. Utrecht stoot op in de vaart der volkeren.”

De provincie wil 7.300 woningen per jaar bouwen, maar dat is de afgelopen jaren niet gelukt. Gedeputeerde Staten van Utrecht maakten zich daar ernstig zorgen over. De nagenoeg onbebouwde polder Rijnenburg zou in elk geval een deel van de oplossing zijn. Vrijwel alle fracties bleken vorige week bereid onder aanvoering van de PvdA de vier dagen oude nWRO daarvoor in te zetten. De wet is bedoeld om lagere overheden meer bevoegdheden te geven in de ruimtelijke ordening. De provincie kan haar wil opleggen aan een gemeente. Coalitiepartner CDA wilde zo veel druk niet uitoefenen en stemde tegen de motie. Dat was voor PvdA en VVD reden de decennia oude coalitie te verbreken.

De gemeente Utrecht denkt met ‘verdichting’ – binnenstedelijk bouwen – de groei aan te kunnen. In Rijnenburg wil woonwethouder Harrie Bosch (PvdA) luxere woningen neerzetten en het liefst iets van het landelijk gebied intact laten. „We moeten waken voor al te veel Vinex-achtige wijken. Rijnenburg moet een overgang naar het Groene Hart worden.” Meer dan 7.000 woningen bouwen zou problemen in de infrastructuur veroorzaken. Bosch noemt de motie van de Staten dan ook ongewenst. „Maar wij gaan er vanuit dat we de scenario’s rustig kunnen doorspreken en de Staten ervan kunnen overtuigen dat je naast kwantiteit ook de kwaliteit moet bewaken.”

Maar het is de provincie menens en Bosch voelt de druk van zijn eigen partij. Blijft er dan na 2025 nog iets behouden van het dorpse Utrecht en de natuurgebieden in de provincie? Latten: „Als je doorrekent tot 2050, lijkt sprake van stabilisatie van het aantal inwoners. Hoe zich dat regionaal ontwikkelt, is lastig te zeggen. Het is goed te bedenken dat beleid niet de bepalende factor is, maar de wensen van bewoners. Dat hangt samen met factoren als olieschaarste, waardoor mensen minder willen reizen, en klimaatverandering. Misschien moeten we meer de hoogte in. Ik zie wel eens zo’n stad als in de film Metropolis voor me. Met de vraag of we dat willen, houd ik me niet bezig.”