Uitblinker in enge, dominante heren

Carol van Herwijnen, maandag overleden, was een acteur van klassiek formaat die zich ook inzette voor het lichtere werk.

Zelf vond Carol van Herwijnen dat hij de Louis d’Or voor de beste toneelhoofdrol van het seizoen al eerder had verdiend. Hij wist wat hij waard was. Voordat die bekroning in 1988 volgde, had hij al veel groots verricht. Als geen ander blonk hij uit in het spelen van dominante mannen met satanische trekken. Maar de kampbeheerder in Om ’t af te leren van Harold Pinter, die hem uiteindelijk de hoofdprijs opleverde, was van al die mannen de huiveringwekkendste – juist door het ijselijk secure dat Van Herwijnen hem meegaf.

Maandag is Carol van Herwijnen (Laren, 1941) plotseling overleden. Hij was 67 jaar en zou deze zomer met festival De Parade meereizen in de scabreuze klucht Bouillabaisse, waarin hij met groot genoegen een kreng van een wijf speelde. De eerste voorstellingen waren een succes. Dat hij, als klassiek getraind acteur, in zo’n ogenschijnlijke frivoliteit speelde, typeerde Van Herwijnen. Al in 1972, toen de meeste andere acteurs zich nog verheven achtten boven zulk werk, speelde hij een schoenenverkoper in de Barend Servet Show van Wim T. Schippers. In Schippers’ serie We zijn weer thuis was hij onvergetelijk geestig als de louche notaris die het fortuin van Nel van der Hoed-Smulders beheerde.

„Het is de behoefte het leven groter te maken dan het is”, zei hij in De Tijd over zijn hang naar theater, die al dateerde uit zijn jeugd. Van Herwijnen, geboren in Laren, studeerde in 1965 af aan de Amsterdamse toneelschool en debuteerde bij het gezelschap Studio. In de jaren zeventig speelde hij bij Baal, onder meer als SS’er in Voor het Pensioen van Thomas Bernhard en Leedvermaak van Judith Herzberg. Ook verscheen hij al snel in lichter werk. Op tv was hij te zien in de kinderseries Floris (hij bedankte voor de hoofdrol) en Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? De opvallendste rol uit zijn begintijd was patser Bom Duiten in de rockmusical Een kannibaal als jij en ik van Freek de Jonge en Bram Vermeulen. Zijn carrière heeft zich altijd tussen die twee uitersten afgespeeld.

Bij de nieuwe theatermakers maakte Van Herwijnen zich niet altijd even populair door zijn snijdende kritiek op het technische en ambachtelijke peil van veel toneelvernieuwingen. Hij was nooit meer vast aan een gezelschap verbonden. Toch heeft hij in gastrollen veel goeds laten zien. In die eenakter van Pinter bijvoorbeeld, en ook als Stalin in Masterclass van Howard Brenton.

Van Herwijnen zal ook herinnerd worden door zijn mishandeling van Volkskrant-recensent Hein Janssen in 1994. Janssen noemde hem op tv een acteur „die zich achter zijn ijdelheid verstopt”. Van Herwijnen fietste daarop naar de studio en sloeg Janssen in elkaar. Hij bleef trots op deze gewelddaad. Toen Janssen vorige maand tijdens een toespraak eraan refereerde, riep Van Herwijnen uit de zaal: „En terecht.”

Maar veel belangrijker is wat Carol van Herwijnen op toneel, televisie en in films heeft gepresteerd. Zelfs in de kleinste rolletjes was hij een man die aandacht kon afdwingen. Zijn carrière had nog lang niet afgelopen moeten zijn.