Streef naar vorming cultuurunie

Geert Wilders heeft gelijk. Nederland moet de banden met Vlaanderen aanhalen als België verdampt.

Maar een Groot-Nederland is dagdromerij, meent Jan Schinkelshoek.

Afgaande op de klaroenstoten van Geert Wilders (Opiniepagina, 7 juli), doet de vaderlandse krijgsmacht er goed aan om de oude vaandels van 1830-’31 onder het stof vandaan te halen, mobilisatie af te kondigen en een campagne voor ‘hereniging’ met Vlaanderen voor te bereiden. Wilders blaakt van aanvalslust: „Het wordt tijd leiderschap te tonen om de historische fouten alsnog recht te zetten. Nu is het moment.”

Geert Wilders heeft gelijk.

Het is nú een uitgelezen moment om de betrekkingen tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden aan te halen. Waar het volkenrechtelijke construct België onderweg lijkt naar een implosie en aan de Nederlandse zuidgrenzen nieuwe naties ontstaan, is er alle reden voor ‘Den Haag’ om te breken met de klassieke neiging te negeren wat er beneden Wuustweezel gebeurt. Maar dat vergt minder leiderschap à la Wilders en meer staatsmanschap.

Te lang kijkt Nederland al over België heen. Zelfs het verwante Vlaanderen is voor veel Nederlanders niet veel meer dan de kortste weg naar de vakantiebestemming.

Eigenlijk weet Den Haag sedert de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden (1830) niet goed wat het met België aan moet.

Nadat de eerste opwinding was bedaard, de Tiendaagse Veldtocht mislukt en Van Speijk voor niks de lucht in gegaan, heeft Den Haag steeds een „politiek van correctheid”, in de woorden van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Van Karnebeek, in acht genomen. Zelfs als het Zuiden narrig deed – na de Eerste Wereldoorlog – liet het Noorden zich niet provoceren.

Die ‘politiek van correctheid’ is echter nog steeds een goed ankerpunt. Anders gezegd: Nederland heeft z’n handen van België af te houden. Als er iets in de interne staatsrechtelijke of staatkundige verhoudingen van België zou moeten veranderen, is het uitsluitend een zaak van Walen en Vlamingen. Nederland heeft er niks te zoeken, ook al wordt er Nederlands gesproken. Laat de voorstanders van de Groot-Nederlandse gedachte nuchter blijven.

Is de afstand tussen Noord en Zuid sedert 1830 niet te groot geworden om zelfs maar te dromen van een ‘hereniging’ van Nederland en Vlaanderen? Zouden de verschillen tussen Vlamingen en Hollanders niet minstens zo groot zijn als tussen Belgen onderling?

Het is spijtig voor Geert Wilders, maar ‘1815’ (de geboorte van het Koninkrijk der Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden) is ingehaald door de geschiedenis. Groot-Nederlandse dagdromen zijn, in de woorden van de Vlaamse premier Kris Peters, „leuk als tijdverdrijf, maar weinig relevant voor de internationale realiteit waarin onze landen functioneren”.

Vlaanderen is, met andere woorden, al veel te ver op weg naar zelfstandigheid om zich met het Nederland van Wilders te laten ‘herenigen’.

Vlaams particularisme, de keerzijde van zelfbewustheid, is een veel grotere waarschijnlijkheid dan herleving van de Pacificatie van Gent (1576).

Daarom doet Den Haag er goed aan niet al te ‘correct’, al te afstandelijk de ontwikkelingen aan de zuidgrenzen gade te slaan. Er is veel voor te zeggen om de banden met Vlaanderen aan te halen.

Waarom geaarzeld de Taalunie om te vormen tot een volwaardige culturele unie? De gemeenschappelijke taal en gelijkgeaarde cultuur kan een goede basis zijn voor een politiek van goed nabuurschap, iets wat door het verdampen van België en de opkomst van Vlaanderen als nieuwe zelfstandige buurstaat veel meer nodig kan blijken dan Den Haag geneigd is te denken.

Die oude vaandels uit de Tiendaagse Veldtocht kunnen beter thuis blijven.

Jan Schinkelshoek is lid van de Tweede Kamerfractie van het CDA en van het Beneluxparlement.

Het pleidooi van Wilders en Bosma voor een hereniging van Nederland en Vlaanderen is te lezen via nrc.nl/opinie.