Shell is de weg kwijt in Midden-Oosten

Het onvermogen van Shell om het enorme contract van 10 miljard dollar (6,4 miljard euro) in de wacht te slepen voor de ontwikkeling van het aardgasveld Shah in Abu Dhabi is een grote klap voor zijn positie als aardgasproducent in het Midden-Oosten. De schrobbering volgt op een reeks andere misgelopen contracten, door toedoen van Amerikaanse concurrenten die steeds agressiever zijn geworden bij het verwerven van olie- en gasvelden. Nu de strijd om het bezit van nieuwe energiebronnen over de hele wereld heviger wordt, moet Shell beter zijn best gaan doen.

De Brits-Nederlandse reus is al bijna zeventig jaar actief in Abu Dhabi – veel langer dan welke van zijn concurrenten in de regio dan ook. Het concern bezit zelfs een deel van het nationale gasbedrijf Gasco. Dus toen het emiraat bekendmaakte dat het op zoek was naar een partner om te helpen zijn gigantische aardgasveld voor de kust te ontwikkelen, leek Shell een voor de hand liggende keuze.

Er meldden zich echter ook twee andere bieders, Occidental Petroleum en ConocoPhillips. Beide concerns zijn formidabele exploitanten, maar zijn nauwelijks bekend in het Midden-Oosten. Het kwam dus als een verrassing dat ConocoPhillips het contract kreeg.

Hoewel de voorwaarden van de overeenkomst niet bekend zijn gemaakt, zoals bij de meeste energietransacties in de regio, zou ConocoPhilips een groter deel van de winst aan de staat hebben beloofd dan Shell. Conoco’s baas, Jim Mulva, heeft op agressieve wijze geprobeerd zoveel mogelijk aardgasreserves in bezit te krijgen door grote bedrijven als Burlington Resources te kopen en politieke en financiële connecties te gebruiken om zich binnen te dringen in overeenkomsten in Rusland en elders.

Maar ondanks de kracht van ConocoPhilips had Shell alle reden om het contract met Abu Dhabi naar zich toe te trekken. Naast de politieke contacten waarop Shell zich in de regio kan verlaten, beschikt het concern ook over schaalvoordeel ten opzichte van ConocoPhillips, omdat het de grootste exploitant en verkoper van lpg in de wereld is. Maar de afgelopen twee jaar lijkt Shell de weg kwijt in het Midden-Oosten, nadat het bij lucratieve overeenkomsten in Qatar en Oman Amerikaanse concurrenten moest laten voorgaan.

Hoewel Shell terecht de discipline probeert te handhaven en contracten vermijdt die vermoedelijk geen winst zullen opleveren, zal het concern in de toekomst wellicht flexibeler moeten opereren en iets meer concessies moeten doen op het gebied van de prijs. Als het dat niet doet, zou het wel eens aan de zijlijn kunnen belanden bij de verkoop van de laatste grote aardgas- en olievelden die nog voor private bedrijven beschikbaar zijn.

Cyrus Sanati