Planetoïde splijt door zonlicht

Onder invloed van zonlicht kan een planetoïde steeds sneller om zijn as gaan draaien en uit elkaar vallen. Dit tonen Franse en Amerikaanse astronomen vandaag aan in het tijdschrift Nature. Daarmee presenteren zij een nieuwe verklaring voor het ontstaan van de satellieten die veel kleine planetoïden omringen. Lange tijd is gedacht dat zulke satellieten ontstaan door botsingen met andere planetoïden of door een scheervlucht langs een planeet. Door het zonnestelsel zwermen ontelbare planetoïden, objecten die achterbleven na het ontstaan van de planeten.

Planetoïden absorberen zonlicht en zenden dat in de vorm van warmte weer uit. Door hun grillig gevormde oppervlak gebeurt dat echter niet op een gelijkmatige manier, maar in plaatselijk variërende richtingen. Hierdoor ontstaat een subtiel krachtenspel dat de aswenteling versnelt (of juist vertraagt) en de richting van de rotatie-as verandert. Dit effect wordt – naar de beginletters van de (her)ontdekkers – het YORP-effect genoemd.

Vele kleine planetoïden bestaan uit lichte, losse materialen die vrijwel alleen door de zwaartekracht bijeen worden gehouden. Astronomen noemen dat een rubble pile, een berg rommel. Kevin Walsh en zijn collega’s hebben zo’n rommelplanetoïde nagebootst op de computer en bestudeerd wat het effect van het zonlicht daarop is. De planetoïde werd tijdens het sneller draaien steeds meer afgeplat, doordat materiaal zich van de polen naar de evenaar ging verplaatsen. Bij een bepaalde, kritische aswenteling scheidde zich rond de evenaar een ring van materiaal af die, eenmaal geheel los van het moederobject, snel samenklonterde tot een satelliet.

De eigenschappen van deze gemodelleerde ‘dubbele’ planetoïden komen goed overeen met die van de paren die daadwerkelijk zijn waargenomen. Het proces kan enkele tienduizenden jaren tot een paar miljoen jaar duren.