Palestijnse politie is alleen overdag de baas

Met buitenlands geld wordt een nieuwe Palestijnse politiemacht opgebouwd. Maar het Israëlische leger blijft ook actief, en dat ondermijnt het gezag van de Palestijnse politie.

Politieofficier Tareq Haj maakt zich nog breder dan hij al is. „Law and order in de straten van Jenin, daar gaat het om”, zegt hij met een serieus gezicht. „We laten zien wie er de baas is in de stad.” Haj leidt een verkeerscontrole op de belangrijkste toegangsweg van de Palestijnse stad, in het noorden van de bezette Westelijke Jordaanoever. Law and order, Haj heeft niets te veel gezegd. Tien agenten houden auto’s staande met hun kalasjnikov in de aanslag. Een rammelend taxibusje wordt grondig geïnspecteerd.

De passagiers moeten buiten wachten. Ze vinden het niet erg, zeggen ze. „Er heerste hier tot voor kort anarchie”, zegt Rana Suana, een jonge vrouw. „Er waren voortdurend overvallen, ik durfde de straat niet op. Nu weten de mensen met kwade bedoelingen tenminste dat er op ze gelet wordt.” Tareq Haj en zijn agenten zijn op zoek naar gestolen auto’s. Autodiefstal is een van de grootste problemen van de verpauperde stad, zegt hij, terwijl hij in zijn gloednieuwe politieauto stapt. De auto piept, omdat hij zijn autogordels niet omdoet. Hij stapt uit, klikt de gordel vast en stapt weer in. Niemand in Jenin gebruikt autogordels, ook de politie niet.

Ruim 750 politieagenten bewaken sinds kort de orde in Jenin. Hun uniformen zijn nieuw, net als de Japanse politieauto’s. Ook nieuw: hun kalasjnikovs. Na het uitbreken van de tweede intifadah in 2000 brak het Israëlische leger de Palestijnse politie tot de grond af. Bureaus werden gesloten en agenten ontwapend. De politie van Jenin, een bolwerk van de intifadah, werd door Israël naar huis gestuurd.

Op aandringen van met name de Verenigde Staten staat Israël de vorming van een burgerpolitie nu wel toe. Sinds kort mogen de agenten van Jenin weer gewapend de orde bewaken. Met hulp van de Verenigde Staten en de Europese Unie kan president Abbas weer een politie-apparaat opbouwen. De VS hebben hier het afgelopen jaar al meer dan honderd miljoen dollar in gestoken. Op een conferentie in Berlijn sprak de internationale gemeenschap af dat er nog eens tientallen miljoenen bijkomen. De agenten worden in de VS, Turkije en Jordanië getraind.

Ook Israël ziet nu het belang van beter getrainde veiligheidsdiensten. Tijdens het overleg met de Palestijnse president Abbas over een nieuw te vormen Palestijnse staat heeft de Israëlische premier Ehud Olmert toegezegd dat Abbas met internationaal geld een eigen politie- en justitieapparaat mag opbouwen. Dat is volgens Olmert nodig voor een „levensvatbare Palestijnse staat”. Abbas’ partij heeft de heerschappij over de Westelijke Jordaanoever; de islamitische concurrent Hamas over de Gazastrook. Israël steunt Abbas: zijn partij Fatah geldt immers als ‘gematigd’. En zonder veiligheidstroepen kan hier gebeuren wat een jaar geleden in de Gazastrook gebeurde. Fatah bleek daar geen partij voor de veel beter getrainde Hamasmilities.

Als de agenten met succes de orde bewaken in Jenin – lees: zoveel mogelijk militanten van Hamas en de Islamitische Jihad oppakken – dan wordt het experiment uitgebreid naar andere steden.

Het hoofdbureau van de politie van Jenin werd tijdens de Palestijnse opstand gesloopt door het Israëlische leger. Inmiddels is het met Europees geld herbouwd op een industrieterrein aan de rand van de stad. Het oogt als een kazerne, omringd door wachtposten en betonnen wegversperringen.

Commandant Wassim al-Jayoussi leidt de politie met presidentiële allure. Iedereen staat op als hij zijn immense kantoor binnenloopt. De ruimte is uitbundig versierd, met een klaterende fontein, diploma’s, een jachtgeweer en portretten van Abbas en oud-president Arafat. Jayoussi kan zichzelf met zo’n politiemacht met gemak de machtigste man van Jenin noemen.

Machtigste man? Niks hoor. Dat beeld corrigeert Jayoussi meteen als hij onderuitzakt in een leren bankstel. „Overdag, ja. Dan zijn wij de baas. Dan bewaken wij de orde in de stad. En met succes.” Jayoussi pakt een rapport waaruit de resultaten van de laatste maand te zien zijn. „We hebben 22 gestolen Israëlische auto’s gevonden. De maffia van Palestijnse en Israëlische autodieven hebben we een slag toegebracht. We hebben 5.256 auto’s gecontroleerd, dat is een record. De criminaliteit is overdag vrijwel verdwenen.”

Maar na negen uur ’s avonds is de Palestijnse politie niet langer de baas. „Dan regeert het Israëlische leger. Ze komen binnen wanneer ze willen, vallen huizen binnen en arresteren burgers. Ze zetten ons volkomen in ons hemd. Het is elke avond weer gênant om te zien.”

De inwoners van Jenin begrijpen er niets van, zegt Jayoussi. „Ze zeggen: jullie hebben toch wapens gekregen om ons te beschermen? Bescherm ons dan. Maar wij mogen ’s avonds en ‘s nachts de straat niet op. Dit schaadt onze positie, en die van de Palestijnse Autoriteit.”

Israël heeft zich het recht voorbehouden steden op de Westelijke Jordaanoever binnen te vallen wanneer het maar wil. Dat is volgens het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken nodig, omdat de Palestijnse Autoriteit nog niet zelf in staat is om mogelijke terroristen onschadelijk te maken. Daarom knapt Israël het vuile werk op. Volgens de Verenigde Naties voerde het leger in de laatste week van juni 114 invallen uit op de Westelijke Jordaanoever. Daarbij werden 48 Palestijnen gearresteerd en twee gedood. Invallen gebeuren zelden in Ramallah, de stad waar de hele internationale gemeenschap meekijkt, maar des te vaker in geïsoleerde steden als Nablus of Jenin.

De politie van Jenin kreeg van Israël het verwijt niet hard genoeg op te treden. Politieofficier Radhi Assida kreeg volgens het persbureau AP te horen: „Hoe kan de politie succesvol zijn? Jullie hebben nog niemand gedood!” Commandant Wassim Jayoussi, verontwaardigd. „Typisch Israël. Ze denken dat je met geweld je doelen bereikt. Maar angst is niet hetzelfde als respect. Wij bestrijden gevaarlijke militanten, maar door ze op te sluiten, niet door ze te doden.”

Nog een probleem: de training van de agenten. Vorige maand schreef politietrainer Steven Smith een alarmerend artikel in The International Herald Tribune: de internationale gemeenschap had veel eerder en veel intensiever moeten beginnen om een enigszins geloofwaardige Palestijnse politie op te bouwen. Smith had ervaring als trainer van agenten in andere conflictgebieden, zoals Bosnië en Servië. In Jordanië leidde hij Palestijnse agenten op.

Het amateurisme dat hij daar aantrof, schreef hij, had hij nooit eerder gezien. De aspirant-agenten kregen schietles met aanstekers en mondelinge autorijlessen. Instructieboeken waren bovendien slordig vertaald in het Arabisch. Een van de talloze voorbeelden: in plaats van ‘dekking geven met vuurwapens’ lazen de studenten dat ze ‘een brand moeten blussen’. De belangrijkste instructies kregen de agenten mee op cd-rom terwijl vrijwel niemand een computer thuis heeft. Smith: „Het zou grappig zijn als de belangen niet zo groot waren.”

Commandant Jayoussi weerlegt de kritiek. „De agenten zijn goed genoeg getraind om de orde te bewaken. Ze zijn gemotiveerd. We hebben wel geld nodig om meer gevangenissen te bouwen en de agenten bij te scholen. Maar we hebben vooral ruimte van Israël nodig. We kunnen alleen werken als de bevolking ons respecteert.”