Met 2.000 watt over de finish

Wielrenners meten constant het vermogen, de hartslag, de snelheid en de trapfrequentie.

Klimmers zijn meer dan sprinters geïnteresseerd in het geleverde vermogen.

De sterkste sprinter van het wielerpeloton, de Belg Gert Steegmans, stond gisteren na de vijfde Touretappe als twaalfde in de uitslag niet eens op de finishfoto. Meer dan 2.000 watt is het ‘piekvermogen’ van de renner van de ploeg Quickstep, de kracht waarmee hij in de laatste honderd meter op de pedalen stampt. Ritwinnaar Mark Cavendish komt „niet veel hoger dan 1.500 watt”. Maar de op het eiland Man geboren sprinter hoeft minder kilo’s in beweging te zetten dan Steegmans. En hij is een meester in het kiezen van het juiste moment om de sprint te beginnen.

De topsprinters meten hun ‘piekvermogen’ op trainingen, bijna nooit in de wedstrijd. Maar in de Tour zet de Amerikaanse wielerploeg Garmin misschien een trend. Alle renners rijden met een geavanceerde vermogensmeter. Adrie van Diemen, de Nederlandse trainer van de ploeg, wijst op het gele omhulsel links aan de naaf van het achterwiel van kopman David Millar. „Daar zit een zender die alle gegevens doorgeeft aan het minicomputertje op zijn stuur. David kan zo constant zien hoeveel vermogen hij levert, met welke hartslag, snelheid en trapfrequentie. En Garmin heeft er nu ook een positiebepaling aan gekoppeld. Zo kun je na afloop op een file precies terugzien wat je op welk moment in de rit presteerde”, vertelt Van Diemen.

Garmin, een firma die navigatiesystemen maakt, rijdt als enige ploeg in de Tour met het zogeheten PowerTap-systeem om het vermogen te meten. Bij andere ploegen maken sommige renners individueel gebruik van het vergelijkbare SRM-systeem. „Millar is razend enthousiast”, zegt Van Diemen. „Afgelopen maandag raakte hij in de finale verzeild in de tweede groep. Met een uiterste krachtsinspanning keerde hij, in tegenstelling tot Denis Mentsjov, terug in het voorste peloton. Ik zie na afloop precies de cijfers: hij leverde vier kilometer lang een vermogen van 535 watt. Onvoorstelbaar hoog. ‘Ik zie de laatste tijd getallen die ik nog nooit heb gezien’, riep hij zelf ook.”

Van Diemen, die in het verleden ook werkte met drievoudig Tourwinnaar Greg LeMond en olympisch schaatskampioen Bart Veldkamp, is een paar dagen in Frankrijk om zijn ploeg te volgen. Maar eigenlijk hoeft een wielertrainer niet zo nodig op locatie te zijn. Via de computer komen alle gegevens vanzelf binnen. „Ik kom alleen volgende week een dagje kijken in de Tour”, zegt Rabotrainer Louis Delahaye vanuit Limburg. De Nederlandse wielerploeg werkt dit jaar met een mede door hem ontworpen systeem, waarbij de renners alle gegevens uit trainingen en wedstrijden online zetten op een speciale website.

Meer dan sprinters zijn klimmers geïnteresseerd in hun geleverde vermogen. Deel de uitkomst door hun lichaamsgewicht, en ze weten precies hoe hard ze vandaag omhoog rijden, in de rit met aankomst bergop naar Super-Besse. „Denis Mentsjov leverde in de tijdrit zo’n 420 tot 430 watt aan vermogen”, zegt Delahaye over de Russische kopman. „Hij weegt ongeveer 67 kilo. Dus kom je uit op 6,5 watt per kilogram lichaamsgewicht. Dat getal moet volgens mij genoeg zijn om in deze Tour bergop met de besten mee te doen.”

Een paar jaar geleden streden de Amerikaanse renners Lance Armstrong, Floyd Landis en Tyler Hamilton in trainingen rond hun woonplaats Gerona om elkaar af te troeven qua vermogen. Wie een 7 was, zoals ze het noemden, ging de Tour winnen. „Dat is extreem hoog”, zegt Delahaye. „Ik heb er ooit maar één meegemaakt die 60 kilo woog en 420 watt kon trappen.” Dat was Michael Rasmussen.

Rabo-kopman Mentsjov is volgens Delahaye wat zwaarder dan concurrenten als Cadel Evans en Alejandro Valverde. „Denis moet dus iets meer vermogen leveren. Maar op de slotklim rijden de renners allemaal boven hun anaerobe drempel [waarbij verzuring optreedt].” Had de Rus meer moeten afvallen? „Daar moet je mee uitkijken, want dat gaat ten koste van het herstel. Valverde was misschien iets explosiever in de eerste rit, maar heeft waarschijnlijk minder algemene fitheid en herstel. En deze Tour wordt beslist in de lange bergritten. De dag naar Alpe d’Huez moet er 72 kilometer worden geklommen. Dan gaat het niet meer om een 6,5 of een 7, maar om herstellen en op het laatst alles duwen wat je hebt”, weet Delahaye.

De Rabotrainer juicht de ontwikkeling toe dat er steeds meer aandacht komt voor de cijfers achter de sportieve prestatie. „Het maakt wielrennen voor het publiek interessanter, inzichtelijker ook.”

Is vermogen niet een te abstract gegeven? „Iedereen weet hoe hard twintig kilometer per uur is. Dat ligt bij getallen over vermogen nog iets moeilijker. Ik kan het alleen met voorbeelden illustreren. Onze sprinter Greame Brown rijdt op de baan rondjes met een vermogen van 800 watt. Daar kun je een wasmachine van laten draaien. ” En de formule voor bergop fietsen, watt per kilogram? „Een behoorlijk getrainde fietser is misschien een 4. Dan ben je in de Tour in iedere bergrit buiten de tijd binnen.”