Klacht Srebrenica niet ontvankelijk

De Nederlandse rechter is niet bevoegd om een oordeel te vellen over de vraag of de Verenigde Naties aansprakelijk zijn voor de genocide in Srebrenica in juli 1995.

Dat oordeel velde de rechtbank in Den Haag vandaag in een zaak die was aangespannen door tien Bosnische vrouwen en de Stichting Mothers of Srebrenica, die de belangen vertegenwoordigt van circa zesduizend nabestaanden. Hun advocaten zeiden direct na de uitspraak in hoger beroep te gaan.

De VN genieten op basis van internationale verdragen immuniteit, stelt de rechter. De onschendbaarheid van internationale organisaties moet hun onafhankelijkheid waarborgen en voorkomen dat nationale rechters zich in hun taken mengen. Het is volgens de rechtbank „alleszins aannemelijk” dat een toetsing door nationale rechters „grote gevolgen” zou hebben voor de besluitvorming van de Veiligheidsraad over het instellen van vredesmissies.

De eisers willen door de rechtbank laten vaststellen dat de VN en de Nederlandse Staat aansprakelijk zijn voor de genocide in Srebrenica. Het ging in eerste instantie om de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak in behandeling te nemen. De Staat en de VN zijn van mening dat dit niet kan, omdat de VN absolute immuniteit genieten. De rechter is het daarmee eens. De zaak tegen de Staat der Nederlanden wordt eind september vervolgd.

Na de val van de safe area Srebrenica werden achtduizend moslims door de Serviërs vermoord. De Nederlandse VN-eenheid Dutchbat kon beloofde bescherming niet bieden. Een jaar geleden werden de VN gedagvaard. Maar de VN weigerden – met een beroep op de immuniteit – in de rechtszaal te verschijnen. Advocaat Axel Hagedorn bestrijdt dat de VN absolute immuniteit bezitten in dergelijke zaken.