Ik ga niet weg. Ik woon hier langer

Wijkverbetering door sloop en nieuwbouw? Niet voor twee gezinnen die al jaren in Kruiskamp wonen. Ze kregen een buurman uit een sloopflat. „Vandaag of morgen barst de bom.”

De Cartierstraat is een rustige straat met kleine rijtjeshuizen. Om zeven uur ’s avonds zit de familie Babayigit – vader, moeder, twee dochters – voor het Turkse journaal op een Duitse zender. Het heeft een item over Nederlanders in Zaandam die Turkse les nemen. Prachtig, vinden ze.

Vader Kenan (48) is magazijnwerker bij Defensie. In 1981 kwam hij naar Nederland, sinds 1995 woont hij in het Amersfoortse Kruiskamp. In de straat waren ze het vierde buitenlandse gezin.

De eerste jaren woonden ze er prima. Maar een jaar of vijf geleden kregen ze nieuwe buren, een Turks gezin dat weg moest uit een sloopflat. Op de plaats van die flat staan nu nieuwbouwwoningen. Maar de nieuwe buurman bleef.

Landgenoot of niet, de relatie is bedroevend. De buurman wilde de heg uit de achtertuin weghalen. Babayigit wilde dat niet. De buurman deed het toch en zette zonder overleg een hoge schutting neer. Tijdens barbecues vliegen behalve scheldwoorden ook kippen- en geitenpoten over die schutting. De buurman houdt duiven die stinken en de was bevuilen. Hij krijgt tot diep in de nacht bezoek. Dochter Esra (16), die een hbo-opleiding volgt, zegt dat ze vaak niet kan slapen van het lawaai.

Aan de andere kant van de Turkse buurman, wonen Gert en Wil van de Kooij. Zij hebben dezelfde klachten. Bovendien hebben ze veel last van hun andere buren.

„Daar zit een Rus”, zegt Wil (52), verkoopster in een boekhandel.

„Het is zuipen, zuipen, zuipen”, zegt Gert (54) die in de WAO zit. „De hele dag stampen. Met naaldhakken op de laminaatvloer. Continu kabaal.” Hij doet voor hoe de buren de deur dichtslaan, maar dan zachtjes. „De wijkagent zegt: de huizen zijn gehorig, waarom ga je niet verhuizen. Ik zeg: ik heb hier vijftien jaar gewoond met buren waar ik geen last van had.”

Wil: „Ik ga niet verhuizen voor dat tuig. Ik woon hier langer.”

Gert: „Zij moeten oprotten. Alletwee.”

Wil, verontschuldigend: „Eerst doe je het netjes. Maar op een gegeven moment word je ook grof in de bek.”

Gert: „Als ik ze dood kon kijken zou ik het doen.”

Wil: „Toen met dat in Parijs [de rellen in de voorsteden van 2005, red.] heb ik gezegd: dat krijgen we hier ook. De integratie is hier toch ook mislukt! Hiernaast die wou niet met een vrouw praten. Ik zeg: je wou toch in Nederland wonen.”

De families Babayigit en Van de Kooij komen niet bij elkaar over de vloer, maar spreken elkaar dagelijks op straat. Samen voeren ze strijd tegen hun gemeenschappelijke buurman. „Dan kunnen ze ook niet zeggen dat we discrimineren”, zegt Van de Kooij.

Dat de woningcorporaties in Kruiskamp al jaren in nieuwbouw investeren, zegt deze families niets. Wat hun steekt, misschien nog meer dan het gedrag van hun buren, is dat hun klachten niets uithalen. Keer op keer hebben ze aangeklopt bij de corporatie, de politie, de gemeente, zelfs de Nationale Ombudsman. „Ze beloven je koeien met gouden horens”, zegt Van de Kooij. „Maar er verandert niets.” Hij is een paar keer ontploft tegenover medewerkers van de corporatie. Hij dreigt het recht in eigen hand te nemen. „Vandaag of morgen barst de bom.”

Directeur Vincent van Oordt van corporatie Portaal wil uit privacyoverwegingen weinig kwijt over de zaak. Bij klachten over buren gaat de corporatie eerst praten, dan bemiddelen. In dit geval betaalde de corporatie een mediator en een tolk.

Al pratend kwamen ze een eind, zegt Van Oordt. „Maar als je afspraken gaat maken, loopt het toch stuk op wantrouwen. Een verkeerde houding, een verkeerd lachje. De ergernis dat er geen Nederlands tegen je wordt gepraat.”

De corporatie heeft Van de Kooij en Babayigit een verhuizing aangeboden, maar dat willen ze niet. Ook de buren, die ook bij herhaald aanbellen de deur niet opendeden voor de journalist, willen niet meer weg. Dan kan Portaal alleen nog een juridische procedure beginnen. Dat dat niet is gebeurd, ligt volgens de corporatie aan de klagende families zelf. Ze zouden al ruim een jaar geen klacht meer hebben ingediend, en ook geen schriftelijk overzicht maken van de problemen, wat noodzakelijk is voor een rechtszaak.

Zelf spreken ze dat tegen. „Portaal zegt: jullie moeten melding maken, melding maken”, zegt Babayigit. „Maar dat hebben wij honderden keren gedaan. Daar gebeurt niets mee.” Klopt, zegt Wil van de Kooij. Ze zijn ‘moegeklaagd’.

De enige in wie ze nog vertrouwen hebben is Hans van Wegen, de voorman van de Burger Partij Amersfoort (BPA). Hij is zelf komen luisteren naar de herrie en bevestigt dat er toezeggingen zijn gedaan. „Daar zat ik bij. De buren zouden worden aangepakt.” Maar ze moeten blíjven klagen, zegt hij. Daar heeft de corporatie dan weer gelijk in.

Wil van de Kooij, die altijd CDA heeft gestemd, twijfelt nu tussen Wilders en Verdonk. Gert en zij vonden dat Wilders’ anti-islamfilm Fitna een goed beeld gaf van de werkelijkheid. Pim Fortuyn zei die dingen ook al. Maar sinds zijn dood is er nog niets veranderd. Integendeel.

Eerdere verhalen uit de wijk Kruiskamp zijn te lezen op nrc.nl/kruiskamp