Het hele land draaiende houden vanuit een bunker

In de Koude Oorlog werden in Nederland tientallen bunkers gebouwd.

Een daarvan is weer in originele staat gebracht en kun je bezoeken.

„Het is raar”, zegt Mark Witte, „ik ben een restauratieplan aan het schrijven voor een ruïne”. In de bossen rondom Den Haag ligt een gebouw zonder daken, met scheef gevallen vloeren en ramen zonder sponningen. Het lijkt alsof het is verwoest, en dat is precies de bedoeling. Het is namelijk een ‘oefenruïne’, in de jaren zestig gebouwd om mensen te leren hoe je burgers kunt evacueren uit een door een bombardement getroffen gebied.

Samen met de atoomvrije bunker ernaast maakt de ruïne deel uit van een voormalig opleidings- en commandocentrum van de Bescherming Bevolking (BB), de organisatie die Nederland in het geval van een atoomoorlog draaiende moest houden.

Mark Witte van de Stichting Nationale Collectie Bescherming Bevolking heeft zich over het complex ontfermd. Witte wil er een museum over de Koude Oorlog van maken. Vooralsnog zorgt hij er met andere vrijwilligers voor dat de ruïne en de unieke commandobunker één keer per maand te bezoeken zijn. Want „de geschiedenis van de BB wordt vergeten”, zegt Witte. De organisatie werd na de Tweede Wereldoorlog opgezet door de regering om het aantal burgerslachtoffers in een volgende oorlog te beperken. Al snel bleek dat de BB te weinig subsidie kreeg om echt iets te kunnen uitrichten tegen de gevolgen van een atoomaanval. In combinatie met een niet altijd even snuggere voorlichting („Een atoomexplosie herkent u aan een felle lichtflits”) kreeg de BB een slecht imago. In 1985 werd de organisatie opgedoekt.

Maar tegen die tijd was ons land wel zo’n 45 van dit soort atoombunkers rijker. Die werden voor regering, nationale en regionale commandanten gebouwd. Die in Rijswijk (voor de regio Den Haag) is als enige weer in oorspronkelijke staat gebracht: de andere worden gebruikt voor opslag of zullen gesloopt worden.

De bunker is een heuvel, begroeid met gras. Er zit een betonnen deur in. Na een trap naar beneden en twee zware, bolle deuren betreed je een wereld die een wonderlijke mengeling is van James Bond en Hollandse kneuterigheid. „Bij een aanval zouden de commandanten voor langere tijd ondergronds gaan, totdat de straling was weggetrokken”, vertelt Witte. „De bunker is ingericht op een verblijf van veertien dagen.” Naast de ingang zijn douches, om je te ontdoen van straling. Er staat een standaard kledingpakket klaar ter vervanging van besmette kleding: een groene overall, een onderbroek zonder split, geitenharen sokken en een paar slippers.

Na de slaapruimten (stapelbedden) komen we in een kamertje waar met behulp van rekenmachine, passer en liniaal de fall-out van atomaire, biologische en chemische wapens werd berekend. Het is 1960, dus geen computerschermen – met een stift werden de stralingsgebieden op een glazen plaat aangegeven. Die kon door een sleuf in de muur naar de naastgelegen commandokamer worden geschoven.

In het communicatiecentrum was plaats voor vijftien telefonisten, die de gesprekken met de buitenwereld tot stand brachten. „In de bunker zelf werd onderling niet gebeld”, zegt Witte. „Alle communicatie verliep via formulieren, zo kon er geen informatie verloren gaan.” Ander pronkstuk: de facs. Jawel, telefacsimile, de voorloper van de fax. „Dat was revolutionair, dat je ook kaartjes kon versturen.”

Al met al bekruipt je de gedachte: wat viel er in hemelsnaam nog te redden na een atoomoorlog, en hoe in hemelsnaam vanuit deze bunker? Dat gevoel wordt nog versterkt in de commandozaal. Rijen bureaus staan opgesteld voor een grote overzichtskaart van Den Haag en omstreken. Aan de zijkant zo’n 120 schakelaars, waardoor op de kaart lampjes bij strategische punten oplichten. „Dan kun je bijvoorbeeld in één oogopslag alle ziekenhuizen zien”, zegt Witte. Hij doet ze aan. Nu is de hele kaart verlicht. „Hm, dan moet je wel eerst alle andere schakelaars weer uitzetten.”

Witte reist alle nog bestaande bunkers af op zoek naar origineel materiaal. Die toiletrollen in de voorraadkast bijvoorbeeld? „Uit de regeringsbunker in Den Haag”, vertelt Witte. „Wij willen alles origineel hebben, maar dat is soms moeilijk. Bezoekers zijn vaak erg onder de indruk van dat telefoonschakelbord. Nou, daar kan ik er zo tien van krijgen. Maar een busje Vim?”

Opleidings- en commandocentrum BB, Van Vredenburghweg 176, Rijswijk. Eerstvolgende open dagen zijn 16 augustus en 13 en 14 september (Open Monumentendagen). Zie voor latere data: www.ncbb.nl.