Heeft Jan Raas ook gefietst?

Een van de meest bijzondere tradities bij veel ploegen, vooral in de Tour, is het plaatsen van gasten in de ploegleiderswagens, een van de meest opwindende ervaringen in de topsport. Waar maak je het mee dat je naast de coach op het bankje mag zitten? Niet alle ploegen bieden deze mogelijkheid. Naast Johan Bruyneel of Bjarne Riis zal je nooit een ‘vreemde vogel’ aantreffen. Meestal zit de baas zelf op de rechter stoel naast de ploegleider.

Bij vrijwel geen enkele ploeg zal je een gast op de achterbank naast de mecanicien zien zitten. Gasten die voor het eerst meerijden zijn zeer verbaasd als ze erop gewezen worden dat ze toch echt voorin plaats moeten nemen. Cees Priem paste bij TVM in het verleden een gastenwissel toe: tijdens de bevoorrading werden de vips omgewisseld, vaak twee per ploegleiderswagen: één voorin en één achterin, gepropt tussen reservewielen, bevoorrading en extra kleding voor de renners. Op die manier konden per etappe acht gasten proeven van de koers: na ruim drie weken waren ploegleiders en mecaniciens horendol van alsmaar dezelfde vragen. Het gebrek aan werkruimte en privacy in de wagens nam Cees op de koop toe.

In de twaalf jaar dat ik de ploegleiderswagen bestuurde tijdens de Tour heb ik veel bijzondere mensen aan boord gehad. Dit riep bij mij gemengde gevoelens op. Enerzijds wist ik dat het ‘erbij hoorde’, dat je mensen een onvergetelijke ervaring kon bieden die wellicht in de toekomst voordeel zou kunnen opleveren: een potentiële sponsor of nieuwe klant voor de sponsor, belangrijke relaties die gekieteld moeten worden. Anderzijds moest je veel aandacht schenken aan het elke keer beantwoorden van dezelfde vragen. Sommige mensen zijn kritisch, de meesten positief, aangenaam en soms euforisch. Ooit stelde een camerageile ambassadeur mij de vraag of ‘die Jan Raas zelf ook gefietst had’.

Het was bijzonder om tijdens een spectaculaire etappe de gasten te zien veranderen van geharde en ervaren zakenmensen, ondernemers en politici in kinderen die hun jeugddroom ervoeren. Zwaaien en roepen naar toeschouwers, spuiten met bidons water, bellen naar vrienden en relaties om opgewonden verslag te doen van de ervaringen in de Tour.

Dat vergde veel energie, energie die je hard nodig had om je te concentreren op het manoeuvreren van de auto tussen tientallen andere wagens van collega’s, jury, gasten, organisatie, motoren, media, renners, opdringerige toeschouwers, alsmede de ontelbare obstakels. Verder stond je in contact met de renners, de andere ploegwagens, kreeg je informatie via de Tourradio, ging de telefoon regelmatig en keek je tv. In vlakke, winderige ritten lag de landkaart op schoot. En al deze info moest worden vertaald in tactiek en besluiten die soms in een fractie van een seconde moesten worden genomen. Ook was er zo nu en dan overleg met collega’s over koerszaken, en dan was het verrekt onhandig als er een luistervink in de auto zat die je niets kon en wilde uitleggen.

Ik pleitte er dan ook voor om tijdens de cruciale ritten de plek in de eerste ploegleiderswagen vrij te laten. Dat de sponsor hier geen voorstander van was is niet verbazingwekkend. Ondertussen stelde ik me in 1998 voor hoe ik het nieuws zou halen als ik met prins Willem-Alexander aan boord tijdens een hectische Pyreneeënetappe een stuurfout zou maken.