Eerste Kamer wijst aanbestedingswet af

De Eerste Kamer heeft in de nacht van dinsdag op woensdag een nieuwe aanbestedingswet afgewezen. De senaat had grote kritiek op de technische kwaliteit van het wetsvoorstel, dat beoogde om de aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten te uniformeren.

Coalitiepartij PvdA stemde tegen het wetsvoorstel, waardoor er samen met de meeste oppositiepartijen een ruime meerderheid voor de afwijzing ontstond.

De aanbestedingswet had tot doel om de verscheidenheid van bestaande regelgeving voor aanbestedingen gelijk te trekken, te vereenvoudigen en transparanter te maken. Het midden- en kleinbedrijf zou hierdoor meer toegang tot overheidsaanbestedingen krijgen. Het gaat om overheidsaanbestedingen waarmee jaarlijks 40 à 50 miljard euro is gemoeid.

MKB Nederland is teleurgesteld dat de senaat de wet heeft verworpen. Onder de bestaande wet krijgt het mkb „geen eerlijke kans”, aldus een woordvoerder.

Tegenstanders van de wet, zoals de Nederlandse Vereniging van Inkoopmanagement (NEVI), beweerden dat de wet juist tot meer administratieve lasten voor opdrachtgevers, tot verlamming van het werk van inkopers en tot grotere verspilling van overheidsgeld zou leiden.

Het komt niet vaak voor dat de Eerste Kamer een wet afkeurt. Tijdens de kabinetten-Balkenende verwierp de senaat in de afgelopen zes jaar zes keer een wet, waarvan de grondwetswijziging voor de burgemeestersbenoeming, verdedigd door oud-minister Binnenlandse Zaken, D66) en huidig burgemeester De Graaf het meest in het oog sprong.

Minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) die de wet in de senaat verdedigde, noemde de afwijzing „jammer” en „een gemiste kans”.