Een zomer in Amsterdam-Oost

Robert Oey filmde zijn buurtgenoten in het zwembad. Twee mannen bewaakten zijn veiligheid. „Het zwembad bleek bang te zijn voor ‘Parijse toestanden’.”

,,Een land zonder documentaires is als een familie zonder foto’s.” Deze leuze vormt het uitgangspunt van tien documentaires van de Humanistische Omroep, gemaakt onder de noemer ‘Ondertussen in Nederland’. De acht documentaires die sinds vorig jaar, onder redactie van John Appel, Peter Delpeut en Niek Koppen, zijn uitgezonden, bieden samen een kleurrijk inzicht in de Nederlandse samenleving. Of, zoals de samenstellers het zelf uitdrukken: Nederland onder de loep genomen, waarbij grote thema’s worden teruggebracht naar het kleine drama van alledag.

De negende documentaire, die vanavond wordt uitgezonden, brengt een zomer in het Flevoparkbad in Amsterdam-Oost in beeld. We maken kennis met de Surinamer Jechen Gomez, type ruwe bolster-blanke pit, en zijn Marokkaans-Nederlandse vriendin Najoua Abdelkamel. We zien ze in blije en bange omstandigheden; er wordt een kind besneden, Jechen moet voorkomen wegens een vechtpartijtje en Najoua droomt in een opvanghuis van een eigen woning. Personeel en andere bezoekers van het zwembad fungeren als een voortdurend onder de hitte zuchtende entourage.

De zwemmers is een indrukwekkende registratie van een fase in twee gewone levens, zonder vraag of commentaar. Dat brengt de kijker dicht op de huid van de hoofdpersonen en hun omgeving. Het was regisseur Robert Oey, zelf woonachtig in Amsterdam-Oost, opgevallen hoezeer het zwembad fungeerde als een ontmoetingsplaats van mensen uit uiteenlopende culturen.

Hij benaderde Fatima Elatik, wethouder Sport van het stadsdeel Zeeburg, en kreeg toestemming in de zomer van 2006 met een cameraploeg het bad te bezoeken. Oey: ,,Het moest geen voorgeproduceerde film worden. Ik wilde vandaag niet weten wat er morgen gebeurde. De film moest ontstaan door toevallige ontmoetingen.”

Maar zo gemakkelijk ging dat niet. De badmeesters weigerden de ploeg de toegang, uit angst voor agressie. Oey, verontwaardigd: „Terwijl die mensen in dienst zijn van het stadsdeel! De leiding van het zwembad bleek bang te zijn voor ‘Parijse toestanden’. Ik was me wel degelijk bewust van de precaire situatie daar. Vanzelfsprekend ging ik niet de orthodoxe meisjes filmen die topless achter de badhokjes lagen te zonnen. Ik wist dat als hun broers dat zouden zien, ze in elkaar gemept zouden worden. Omdat ik zelf in de Indische buurt woon, ken ik de omgangsvormen. Jongens die ‘Fok you’ roepen als je met een camera aankomt. Maar ik weet ook hoe je met vriendelijkheid confrontaties kunt voorkomen.”

Ten slotte mocht Oey toch aan het werk, vergezeld door twee Marokkaanse beveiligers. Oey: „Daardoor ontstond de ridicule situatie dat we met zo’n tien mensen dat zwembad binnengingen: de beveiligers, de cameraploeg, een producent, de leiding van het bad en ik. Zo maak je geen intieme film.” Hij beperkte de omvang van de ploeg tot het minimum en nam zelf het geluid ter hand. Oey: „Het was slecht weer, waardoor de bezoekers niet erg toeschietelijk waren. Van de honderd mensen die we benaderden, zeiden er 97: loop door.” Maar in juli brak een langdurige hittegolf aan. „Die maakte zo moe, dat mensen zich niet meer verzetten en gingen meewerken.” Een doorbraak was de ontmoeting met Jechen Gomez, die in het bad in aanzien stond. Daarna liepen de contacten met de zwembadpopulatie wat soepeler. Oey: „Als je tegen hem of tegen zijn vrienden vervelend deed, had je een probleem.”

Over de voorgenomen cinema-vérité-aanpak van de film dacht Robert Oey aanvankelijk te luchtig, vertelt hij: „Mensen die je openhartig toegang in hun levens verschaffen, kunnen daarmee ook een bedoeling hebben. Zo hoopte Jechen dat de opnamen de officier van justitie gunstig zou beïnvloeden bij de rechtszaken waarin hij was verwikkeld. ”

De film barst van de exotische lichamelijkheid, bevestigt Robert Oey. „Mijn gestaar naar billen, buiken, bovenbenen, borsten en tatoeages weerspiegelt ook mijn fascinatie voor deze wereld. Die vormde ook een eerste motief voor deze film. De lichaamscultuur voert in het Flevoparkbad, anders dan in andere zwembaden, de boventoon. Men etaleert zichzelf daar. Ik had, als ik daar ging zwemmen, de neiging mijn buik in te houden. De poëzie die zich in zo’n zwembad aan je voordoet, wilde ik vangen.”

Maar al snel kwam er ook een politieke drijfveer op, zegt Oey. „Het viel me ineens op hoezeer de discussie over de multiculturele samenleving hoofdzakelijk op intellectueel niveau wordt gevoerd. Die gaat volledig voorbij aan de manier waarop mensen uit uiteenlopende bevolkingsgroepen in zo’n zwembad met elkaar omgaan. Terwijl die mensen zelf geen idee hebben waar die discussie over gaat. Ik vertelde Jechen eens voorzichtig over de beweegredenen achter deze film. Multiculturele samenleving? Last van Marokkanen? Hij begreep niet waarover ik het hád. Al ben ik zelf van Chinese komaf, dat doet je sterk aan je blanke preoccupaties twijfelen.”