Een trein die lijkt op een gevechtsvliegtuig

De Franse fabrikant Alstom test momenteel in Tsjechië de opvolger van de hogesnelheidstrein TGV. De AGV belooft de snelste trein ter wereld te worden.

Lolke van der Heide

De voorkant van de AGV, de Automotrice à Grande Vitesse, lijkt op de cockpit van een gevechtsvliegtuig. Op het emplacement van het Tsjechische testcentrum Velim, bij Praag, staat de AGV rustig te wachten, klaar voor de ‘aanval’. De gelijkenis met een straaljager, dat was precies de bedoeling van de ontwerpers bij de Franse fabrikant Alstom. De aerodynamische neus zorgt er niet alleen voor dat de AGV de minste luchtweerstand ondervindt, het oog wil ook wat: want wie wil er niet aan boord van zo’n mooie snelheidsduivel stappen?

Geen voertuig over land is sneller: de AGV zal een kruissnelheid hebben van 360 km/u, maar kan een top bereiken van ongeveer 575 km p/u. „Met passagiers aan boord zullen we zo hard nooit gaan rijden”, zegt François Lacôte, de hoofdingenieur achter het AGV-project. „Uit het oogpunt van comfort, energieconsumptie en het milieu is 360 kilometer een mooie snelheid, veel harder zal het in de toekomst niet gaan.”

In Velim rijdt de trein met een ‘slakkengangetje’ van 160 km p/u rond. Lacôte volgt in het achterste treinstel met een tiental technici de prestaties van de trein op laptops. De komende weken zal de snelheid nog worden opgevoerd naar 200, het maximaal haalbare op de testbaan van 13 kilometer. Hoe weet Lacôte dan of de AGV naar behoren presteert. „We testen hier de basisfuncties, zoals de remmen, de elektronica en de verschillende spanningen op de bovenleiding. Als die op lage snelheid werken doen ze het ook op hoge snelheid. In september rijden we de trein terug naar Frankrijk, waar op de echte hogesnelheidslijnen de AGV wordt opgevoerd tot zijn maximale vermogen.”

Nuovo Trasporto Viaggiatori, een private Italiaanse onderneming, plaatste begin dit jaar als eerst een order voor 25 AGV’s van elk 11 rijtuigen. Het zal naar verwachting nog drie jaar gaan duren voordat de AGV in Italië zijn commerciële primeur heeft.

Alstom, de grootste bouwer van hogesnelheidstreinen (marktaandeel tussen 2002-08 was 46 procent, het Chinese Sifang volgt met 16 procent) ziet zijn AGV als opvolger van de TGV. Deze eerste Europese hogesnelheidstrein reed voor het eerst in 1981 en is sindsdien verscheidene malen vernieuwd. De AGV is in feite een vernieuwde TGV. Een van de belangrijkste technische verschillen tussen de TGV en de AGV is de verdeling van de aandrijvingsbronnen over de gehele trein. De trein heeft geen ‘ouderwetse’ locomotieven aan weerszijden die de rijtuigen trekt en duwt. De krachtbronnen zijn geplaatst onder alle rijtuigen volgens het distributed drive system. Hierdoor en dankzij het gebruik van composieten in de carrosserie is de AGV 70 ton lichter en verbruikt hij 15 procent minder energie, zegt Alstom. De AGV combineert het nieuwe aandrijvingssysteem met de techniek van de jacobsdraaistellen, die de TGV ook heeft. Hierbij zitten de draaistellen (waar de wielen aan vast zitten) niet onder elk van de rijtuigen, maar ertussen. De voordelen hiervan zijn inmiddels aangetoond: de trein is beter bestand tegen zijwind, heeft minder last van trillingen en lawaai aan boord, en heeft veel minder onderhoud nodig. Een trein met een jacobsdraaistel is zo stevig dat over de kop gaan van rijtuigen bij een ontsporing vrijwel uitgesloten is. De praktijk bewijst dit: in de 27 jaar dat de TGV in gebruik is, had een heel enkele keer een ontsporing plaats, nooit sloeg de trein om. De TGV vervoerde al die jaren in totaal 1,2 miljard passagiers, zonder dat er ooit iemand verongelukte.