Drogredenen op vrijdag

Waar de komkommertijd onze premier in elk geval van verlost, is het wekelijkse Gesprek met de minister-president. Je ziet dat het steeds weer tien helse minuten voor hem zijn, de confrontatie met de glunderende pretoogjes van Ferry Mingelen of een collega, die hem vertelt wat een potje hij er weer van heeft gemaakt.

Het is een wekelijks kruisverhoor, vol strategisch geplaatste boobytraps. Omdat Balkenende geleerd heeft dat je op televisie nóóit ergernis of woede mag tonen, vullen onze beeldschermen zich elke week met zijn minzaam verkrampt lachje onder hoog opgetrokken wenkbrauwen.

Het enige wat deze wekelijkse sessie onthullen, zijn de trucjes die Balkenende van zijn mediatrainers heeft geleerd. Bijvoorbeeld: noem je beul bij naam. „U weet net zo goed als ik, meneer Mingelen…” Die standaardopening is een variant op de drogreden argumentum ad populum, waar Wilders in grossiert („Miljoenen Nederlanders vinden dat…”)

De laatste aflevering was een mooie uitsmijter. Zestig procent van de bevolking wil dat het kabinet ten val komt. Balkenende wijt dit aan de beeldvorming in de media: „Ik heb de indruk dat de volumeknop de laatste tijd wel erg omhoog wordt gezet.”

„Don’t shoot the messenger!” zal zijn mediastrateeg wanhopig hebben uitgeroepen bij deze klassieke drogreden ad hominem: niet op de argumenten reageren, maar op de spreker. Ach, zo’n houding is best begrijpelijk voor iemand die net door Marianne Thieme (PvdD) met Mugabe is vergeleken omdat hij geen nieuw referendum over Europa wilde. Ja Marianne, maar Hitler was ook vegetariër, zou hij met dezelfde drogreden kunnen antwoorden.

Het politieke debat hangt van drogredeneringen aan elkaar. Jammer dat minister-president en journalistiek daar in meegaan. Al levert het wel grappige dialoogjes op. Zoals in het laatste gesprek, over de vliegtaks: „Ook andere landen heffen milieubelastingen.” (overhaaste generalisatie). „Maar Nederlanders gaan juist massaal naar buitenlandse vliegvelden!” Waarop een prachtige opeenstapeling van onlogische gevolgtrekkingen volgt: „Ja, ach… We zien dat het in elk geval nog erg vol is op onze vliegvelden.”

Christiaan Weijts