Diepste verlangen blijkt een illusie

In een Spaanse streek waar nooit iets gebeurt, vinden dorpsbewoners een grot.

In La Noche de los Girasoles spelen alle personages de hoofdrol. En allen goed.

Soms laat een Europese regisseur zien dat er wel degelijk piekfijne genrefilms te maken zijn in een bescheiden filmindustrie. De maker van La Noche de los Girasoles (de nacht van de zonnebloemen) is nota bene een debutant, de Spanjaard Jorge Sánchez-Cabezudo. Zijn film is een knappe combinatie van rauw en doordacht, helder gestructureerd en prima geacteerd. In Nederland is hij in twaalf bioscopen te zien; een Amerikaanse film van vergelijkbare kwaliteit zou zeker in zestig bioscopen draaien.

De film speelt zich af op het afgelegen Spaanse platteland, in een streek waar de ontvolking flink heeft toegeslagen, waar de bewoners zich vergeten weten door de rest van het land en waar elke gelegenheid wordt aangegrepen om aan de uitzichtloosheid van het bestaan te ontsnappen.

Zo’n gelegenheid lijkt zich voor verschillende bewoners van het dorpje voor te doen als een van hen, klusjesman Beni, een grot ontdekt. Uit de grote stad komt een deskundige speleoloog, Esteban, met zijn vriendin Gabi en een fotograaf kijken of het een bijzondere grot is. Of er prehistorische tekeningen in zijn, zoals de dorpsbewoners gretig suggereren, of anders misschien druipstenen. Maar er is niks van dat alles. Esteban en de fotograaf komen niet verder dan een meter of twintig onder de grond, en dan houdt het op. Einde illusies voor Beni en zijn dorpsgenoten.

Terwijl Esteban en zijn collega in de grot zijn, wordt Gabi aangerand door een passant, een vertegenwoordiger op doorreis. Gabi weet te ontkomen en wordt, volkomen overstuur, teruggevonden door Esteban en de fotograaf. Als ze terugrijdend naar het dorp een man passeren die vaag op de verkrachter lijkt, nemen ze het recht in eigen hand, zoals dat heet.

Dan is de hele intrige uitgesponnen en kan de regisseur de oogst van zijn scenario binnenhalen. Dat doet hij op een subtiele en telkens onverwachte wijze. Elke verrassing heeft daarbij een eigen logica, zodat de film weliswaar duidelijk gestileerd is, maar toch echt aanvoelt. De dilemma’s van de dorpelingen en de stedelingen zijn invoelbaar, of komen op zijn minst op een goed moment het verhaal binnen. Zelfs aan de verkrachter geeft Sánchez-Cabezudo een eigen contour mee.

Het helpt daarbij dat hij zijn film heeft ingedeeld in zes hoofdstukken, telkens opgehangen aan een persoon, zonder heel dwingend alles vanuit één standpunt te bekijken. Het geeft ons als kijkers een goed gevoel van richting en het biedt Sánchez-Cabezudo de mogelijkheid te spelen met de tijd. Subtiel, zonder ons te overbluffen, gaat hij soms terug in de tijd om de gebeurtenis waar het allemaal om draait, van alle kanten te belichten. Zo komt het noodlot in volle omvang op ons af.

De acteurs dragen hun rol zonder uitzondering goed. Manuel Morón is een mooie, ijskoude, vermoeide smeerlap. Maar vooral Celso Bugallo (eerder te zien in Mar adentro en Los lunes al sol) als de wat oudere politiechef is gedenkwaardig. Zij blinken uit door hun spel, niet door hun rol. Door de structuur is er geen echte hoofdrol in de film. Het is net alsof Sánchez-Cabezudo een symfonie voor tweede violen heeft geschreven.

Elk van die personages koestert een eigen verlangen en is bereid ver te gaan om dat te realiseren. Ze lijken daarmee ook hun verlangens daadwerkelijk te vervullen, maar dat is natuurlijk een kenmerk van echte tragedies sinds Oedipus: de vervulling van je wens is geen zegen maar een vloek.

La Noche de los Girasoles

Regie: Jorge Sánchez-Cabezudo. Met: Carmelo Gómez, Vicente Romero, Judith Diakhate, Manuel Morón, Celso Bugallo. ******