De motor en het mannetje

De kunst van het motoronderhoud stelt niet veel meer voor. De echte motorrijder sleutelt niet zelf, maar heeft een goed mannetje, zo blijkt in dit laatste deel van een serie over motorrijden.

Uw mannetje kan sleutelen, heeft schappelijk geprijsde onderdelen en komt in geval van pech met zijn gebutste bestelbus voorrijden om uw lieveling op te halen. Als het enigszins mogelijk is, koopt u uw motor ook bij het mannetje. Hij heeft doorgaans geen nieuwe motoren op voorraad, maar wel vrijwel altijd een paar degelijke tweedehands exemplaren.

Mijd in elk geval de Ikea-achtige motorzaken die de laatste jaren zijn opgekomen. Ze zijn best in orde, maar als echte motorrijder hebt u er weinig te zoeken. In gemarmerde showrooms met plantenbakken en fiedelmuziek stapt u binnen voor een auto of een bankstel, maar niet voor een motor.

Ga de occasions die uw mannetje op voorraad heeft beslist niet uit de weg. Ze besparen u geld, en helpen voorkomen dat u wordt aangezien voor een debutant. Het risico is bovendien gering. Het echte motormannetje is, uitzonderingen zoals altijd daargelaten, een voorbeeld van zakelijke deugdzaamheid.

Heel belangrijk zijn diens kwaliteiten als reparateur overigens niet. Rijdt u een Japanse motor, dan heeft die nauwelijks onderhoud nodig. Eens in de twee jaar laat u banden en ketting verwisselen. U kijkt toe met een bekertje oploskoffie in de hand en een uur later kunt u weer op weg. Koopt u een Italiaanse, Engelse of Amerikaanse motor, dan moet u rekenen op wat hogere onderhoudskosten.

Probleem met de Japanse motor is natuurlijk de status. Een Japanse motor wordt, analoog aan de Japanse auto, nog steeds gezien als een middelmatig massaproduct. Een onuitroeibaar en mateloos onrechtvaardig vooroordeel, zeker ook waar het motoren betreft.

Wie de Echte Motorrijder opzoekt in zijn natuurlijke omgeving, krijgt al een belangrijke aanwijzing dat het anders ligt. Voor snackbars en discotheken op het platteland vinden we vrijwel uitsluitend Kawasaki’s, Yamaha’s en Honda’s. Ze behoren toe aan mannen en vrouwen die zijn geboren met motorgevoel. Deze mensen zijn opgegroeid in een motortraditie die soms al generaties in de familie is, en die met rijden begonnen zijn op opgevoerde crossbrommers in versgeploegde velden. U kunt rustig aannemen dat deze motorrijders weten wat ze kopen: Japanners, doorgaans.

Italianen vindt u relatief veel binnen de grachtengordel, geparkeerd voor reclamebureaus en fitness-salons. Amerikanen – Harleys, maar ook de steeds populairdere Indians – zien we zelfs voornamelijk op de oprijlanen van villawijken. Niks op tegen allemaal, verschil moet er zijn. Maar bij aanschaf en onderhoud moet voor status ruim worden betaald.

Groot voordeel van een mannetje is, dat uw respect voor techniek een flinke stimulans krijgt. U kunt natuurlijk het beroemde boek Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert M. Pirsig lezen, maar een goed mannetje brengt u in een vrij uurtje evenveel bij. Het is een louterende ervaring (vooral als u twee linkerhanden heeft en wat wereldvreemd bent, en u techniek hoofdzakelijk verbindt met de opwarming van de aarde) om eens nader kennis te maken met iemand voor wie de techniek een levensvervulling is.

Het geopende motorblok op de vettige werkbank blijkt een wonder van menselijk vernuft te zijn Het is heerlijk om het verhaal aan te horen over de verbijsterende hoeveelheid kennis en kunde die aan zo’n motor ten grondslag ligt.

We staan versteld van de prestaties van onze voorouders in het Prado en de Sixtijnse Kapel, maar het inwendige van een Suzuki Hayabusa, al is het onder paarsig TL-licht en bij de klanken van Radio 10 Gold, kan gelden als een even groot voorbeeld van menselijke inventiviteit en creativiteit.