Commissie hekelt aanpak van milieucriminaliteit

De aanpak van milieucriminaliteit, zoals (internationaal) illegaal afvaltransport en lozing van gevaarlijke stoffen, schiet ernstig tekort, ondanks de vele pogingen om daarin verbetering te brengen. Milieucriminelen hebben vrij spel, doordat gemeenten, provincies en waterschappen de milieuregels onvoldoende handhaven en doordat er slechte communicatie bestaat tussen hen en het Openbaar Ministerie. Dat stelt de commissie-Mans, die in opdracht van minister Cramer (VROM, PvdA) onderzoek deed naar de handhaving van regels die de veiligheid en gezondheid van burgers en hun leefmilieu moeten beschermen.

Volgens de commissie is het een illusie dat de situatie verbetert zonder ingrijpende maatregelen. Daarvoor is de handhaving van milieu- en bouwregels te vrijblijvend en te versnipperd over meer dan vijfhonderd instanties. Het leidt tot „grote en ongerechtvaardigde verschillen” in de behandeling van burgers en bedrijven.

In 1990 kregen de politiekorpsen nog vierhonderd arbeidsplaatsen erbij voor de strafrechtelijke handhaving van het milieurecht, maar toch besteden justitie en politie volgens Mans weinig aandacht aan de bestrijding van milieucriminaliteit. Zij zijn doorgaans niet in staat zelf de noodzakelijke informatie te verzamelen en te interpreteren en zijn afhankelijk van de zaken die lokale bestuurlijke handhavers, zoals gemeenten en waterschappen, aandragen.

Die overheden zijn zich op hun beurt „nauwelijks bewust” van de omvang van de internationaal georganiseerde milieucriminaliteit en „onvoldoende” ingesteld op bestrijding van deze criminaliteit.

De gemeenten beperken zich bij de handhaving tot waarschuwingen. Dat komt volgens Mans niet door onwil of nalatigheid, maar door een gebrek aan expertise. Gemeenten zijn te klein om de complexe milieuregels adequaat te handhaven. De belangrijkste klacht over inspecteurs is hun gebrek aan deskundigheid. Tegelijkertijd geeft het kabinet provincies en gemeentes meer bevoegdheden.

De commissie adviseert Cramer grotere bovenregionale milieudiensten op te zetten waar gemeenten en provincies verplicht bij zijn aangesloten. Op die manier kunnen overheden bij de handhaving terugvallen op hun expertisecentrum.