‘Chinese rust in chaotische dans’

In de voorstelling ‘Bahok’, vanaf morgen te zien op het festival Julidans, plaatst de Bengaalse Akram Khan een groep balletdansers in de wachthal van een vliegveld.

De naam Akram Khan is de laatste jaren goed voor uitverkochte zalen. Niet alleen wordt de Brits-Bengaalse Khan gezien als een van de beste vertolkers van de Noord-Indiase klassieke kathakdans, ook als choreograaf van hedendaagse dansvoorstellingen geniet hij waardering. Met de Vlaams-Marokkaanse Sidi Larbi Cherkaoui onderzocht hij in Zero degrees (2005) hun multiculturele achtergrond, en in 2006 maakte hij Sacred Monsters met de Franse ballerina Sylvie Guillem. Filmactrice Juliette Binoche is over twee maanden in Londen te zien in een choreografie van Khan.

De voorstelling Bahok (2008), deze week in Julidans te zien, is in zekere zin een vervolg op Zero degrees en Sacred Monsters. „Na mijn ervaring met Guillem”, vertelt Khan per telefoon uit zijn woonplaats Londen, „wilde ik nog eens met balletlichamen uit het klassiek ballet werken, maar dan in een groepswerk. Voor het eerst doe ik daarom zelf niet mee: beter voor het overzicht.” Hij lacht: „En ik ben natuurlijk een oude man, met mijn 34 jaren. Ik moet mij voorbereiden op de tijd dat ik zelf niet meer kan dansen.”

Aanvankelijk wees Khan de uitnodiging af, om een choreografie te maken voor het Nationaal Ballet van China. In plaats daarvan nam hij drie dansers uit Beijing als gastdansers op in zijn productie, waarin ook dansers uit andere landen optreden. Dat de drie „balletlichamen” Chinees zijn, maakte het experiment extra aantrekkelijk: „Door hun opvoeding beschikken zij over een innerlijke rust die in combinatie met chaotische bewegingen een fascinerende tegenstelling oplevert.”

Zo ontstond Bahok (Bengaals voor ‘drager’), een voorstelling over het gevoel van ontworteling dat de moderne mens kan bevangen. Khan: „In die zin is het een vervolg op Zero degrees. Maar dat was mijn eigen verhaal. Hier gaat het om de persoonlijke geschiedenis van deze dansers.”

Khan plaatst de handeling in een wachthal van een vliegveld. Het mededelingenbord biedt de binnengedruppelde reizigers geen houvast: als er al begrijpelijke berichten verschijnen op het ratelende zwarte paneel, zijn ‘delayed’ en ‘cancelled’ de sleutelwoorden. Van lieverlee ontstaat er contact tussen de wachtenden. Soms ongewild: een man kan zich niet bevrijden van de vrouw die tegen hem aan in slaap is gevallen. Tussen de groepsdansen door krijgt de toeschouwer te horen dat een danseres altijd de schoenen van haar vader meeneemt op reis en uiteraard ontbreekt de scène bij de immigratiedienst niet.

Bahok is daarmee verhalender dan Khans eerdere groepswerken. Wat is er nog typisch Akram Khan in deze mix van ballet, moderne dans en Tanztheater á la Pina Bausch? Een ietwat defensief klinkende Khan: „Mijn blik, mijn instinct, de mathematische manier van structureren die ik als kathakdanser meebreng. Het is een experiment.” Dat sommige recensenten Bahok niet geslaagd vinden, laat hij voor hun rekening. „Vijf sterren betekent ook niet altijd dat een werk goed is. Het gaat om de innerlijke reis van de kunstenaar.”

11-12 juli Julidans, A’dam; 20-21/9 schouwburg, Groningen. www.julidans.nl; www.125jaar.nl