China en India: geen G8-afspraak over klimaat

De grote industrielanden en de opkomende economieën hebben gisteren geen concrete afspraken kunnen maken over vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

Dat bleek op de laatste dag van de G8-top in Japan, waar opnieuw werd gesproken over maatregelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

De leiders van de zeven rijkste industrielanden plus Rusland hielden gisteren een bijeenkomst met hun collega’s van acht opkomende economische grootmachten, waaronder China, India, Mexico en Brazilië. De zestien landen zijn samen goed voor 80 procent van de uitstoot van CO2 in de wereld.

Deze zestien ‘grote vervuilers’ konden het er wél over eens worden dat ze „op de lange termijn” de uitstoot van broeikasgassen moeten verminderen. Ze spraken van een „gedeelde visie”, maar noemden niet de omvang van de vereiste reductie, noch een tijdschema.

Dinsdag hadden de landen van de G8 afgesproken ernaar te zullen streven om de uitstoot van broeikasgassen in de wereld te halveren in de periode tot 2050. Critici noemden dit een vage belofte omdat niet duidelijk is ten opzichte van welk jaar er gerekend wordt. Is dat 1990, het ijkjaar in het huidige klimaatakkoord, het Kyoto-protocol. Of is dat 2008, wat vooral voor de VS als een van de grootste ‘vervuilers’ goed uitpakt.

Van de ‘nieuwe’ economieën konden alleen Indonesië, Australië en Zuid-Korea zich vinden in het voorstel tot halvering. China en India onderstreepten dat industrialisering en bestrijding van de armoede voor hen voorop staan. Ze wijzen er bovendien op dat een gemiddelde Amerikaan verantwoordelijk is voor vier keer meer kooldioxide dan een gemiddelde Chinees en zelfs tien keer meer dan een gemiddelde Indiër.

Alle betrokken landen hebben afgesproken om eind volgend jaar een nieuw klimaatakkoord te sluiten, tijdens een grote conferentie in Kopenhagen. (AFP, AP)