Antillen hofleverancier honkbalploeg

In de honkbalploeg van bondscoach Eenhoorn spelen Nederlanders, Antillianen en Arubanen onder één vlag. „Iedereen kan met elkaar overweg”, zegt coach Martinus.

Op de Nederlandse Antillen en Aruba is honkbal even belangrijk als voetballen in Nederland. Daarom zitten er volgens Wim Martinus, derde honkcoach van het Nederlands team, zoveel Antillianen in de Nederlandse selectie. Martinus (44) is sinds 2006 assistent coach en is afkomstig uit Aruba. Eerder speelde hij zelf twaalf wedstrijden bij de Nederlandse selectie en kwam twintig jaar uit voor het Rotterdamse Neptunus. „Dat de honkballers van de eilanden zo goed zijn, komt doordat iedereen daar van kleins af aan honkbalt. Ik stond vroeger met mijn tennisbal en bezemsteel op de weg te spelen en dat doen ze nog steeds. Dat zal je in Nederland niet snel tegenkomen.”

Ook gisteren in de wedstrijd tegen de Verenigde Staten begonnen er drie honkballers van de Caribische eilanden in de basisopstelling: Diegomar Markwell (Curaçao), Raily Legito (Curaçao) en Eugene Kingsale (Aruba). Ook Percy Insenia, en Danny Rombley begonnen in de basis. Van deze twee spelers is een van de ouders afkomstig van de Antillen. Tot slot kwam ook Bryan Engelhardt (Curaçao) in de zevende inning in het veld. De Nederlanders in de Amerikaanse Major League – Andruw Jones, Jair Jurrjens, Sidney Ponson en Rogearvin Bernadina – komen allemaal van Curaçao of Aruba.

Nederland verloor gisteren wederom. In de verlenging bepaalde de VS de einduitslag op 2-1. „Dat is natuurlijk teleurstellend”, zei bondscoach Robert Eenhoorn. „Maar ook vandaag heb ik weer mooie dingen gezien.” Daarmee doelde Eenhoorn onder andere op de rol van Markwell. De pitcher uit Curaçao stond ruim acht innings op de heuvel. Daarin liet hij vijf honkslagen toe, waaronder wel een homerun van Derek Dietrich.

„Diegomar heeft het echt fantastisch gedaan. Hij stond er zo lang en hij heeft maar één harde klap tegen gekregen. Ik ben heel tevreden over hem”, zei Eenhoorn. Markwell was zelf ook tevreden over zijn spel. „Ik denk dat ik wel tot de selectie behoor voor de Spelen. Dan mag ik echt onder de Nederlandse vlag spelen. Dat lijkt me geweldig.”

Markwell, die bezig is aan zijn vierde seizoen in Nederland, meent dat de Antillianen het zo goed doen omdat ze hard trainen. „Ik denk niet dat Antillianen betere honkballers zijn dan de Nederlanders. Maar als je goed wil worden moet je veel trainen en dat doen we op de eilanden. Als je hard traint, kan iedereen een goede honkballer worden, dan maakt het niet uit waar je vandaan komt.”

De sfeer binnen de groep is volgens Martinus goed. „Of ze nou uit Nederland komen of van de eilanden, dat maakt eigenlijk niet uit. Iedereen kan met elkaar overweg. Maar dat komt ook door de hoge eisen die Robert Eenhoorn stelt. Hij eist eigenlijk dat iedereen goed met elkaar omgaat.”

Het Nederlands team heeft tot nu toe slechts één wedstrijd gewonnen tijdens de Haarlemse Honkbalweek, van het Dutch Caribbean team: 5-1. Juist de Antillianen, die proberen een eigen nationaal team op te zetten, kunnen redding brengen voor de Nederlanders. Als het team Taiwan verslaat, heeft Nederland nog een kleine kans om mee te doen voor de medailles. Vanavond sluit Nederland de voorrondes af tegen Cuba, dat zich al heeft geplaatst voor de halve finales.