Antenne

Vlieg er overheen en alle dorpen zijn hetzelfde, mijn Niemandsdorp en het niemandsdorp verderop. Een hoofdstraat en een paar kromme zijstraten, een kudde huizen en een kerkje. Misschien ook nog een schooltje en een bemoste pomp. Je ziet de dorpskern niet krimpen en je ziet de dorpskern niet groeien, al komen en vertrekken er dagelijks mensen. Er verandert niets.

Kom voorzichtig dichterbij en je beseft dat er van alles verandert. Blijf er iets langer en je begint te ontdekken dat jouw matrone, jouw gek en jouw priester, de vaste ingrediënten van elk dorp, helemaal niet lijken op de matrone, de gek en de priester van al die dorpen verderop.

Kom vooral dichterbij op kousenvoeten. Blijf achter een gordijn van gaas. Van lompheid schrikt een dorp. Lawaai laat het meteen weer lijken op elk ander dorp.

In een stad liggen de drama’s en geheimen voor het oprapen. Een dorp geeft zich moeilijk gewonnen. Je moet een dorp leren lezen.

Je moet uit de laatste slierten die nog door de zijstraten dwarrelen, op een kille ochtend wanneer de wereld zich onbespied waant, kunnen opmaken hoe erg decennia geleden de nevel was. Je moet de sporen en prikkels voelen van de schaduwwereld die door de zichtbare wereld heen schemert.

Druk een vinger in het vlees en er blijft een deuk achter. Hoe ouder het vlees hoe langer de deuk de afwezigheid van de vinger overleeft. Geef een hond een pak slaag en hij zal blijven wegduiken, ook al heeft-ie in jaren geen tik gehad.

Soms zie ik twee dorpelingen met elkaar praten en zonder duidelijk aanwijsbare reden stokt het gesprek. Soms maakt zich een grijsaard uit een gezelschap los om zonder iets te zeggen een kant uit te lopen die duidelijk niet de goeie kant is.

Er werd een snaar geraakt, een zere teen, een nooit genezen wond.

Een halve eeuw onder de fascisten en de geheime politie heeft Portugal misvormd. Op het land heersten de families. De feodale landeigenaren waren niet zachtzinnig. Ze speelden voor markiesje en sinjoor. De kerk stapelde met haar schraperige liefdadigheid de ene belediging op de andere.

Rechters en apothekers en al wat tot die klasse behoort: baronnen en excellenties. Ambtenaren gedroegen zich als arrogante vlerken. Er was geen verhaal mogelijk voor de vertrapten en vernederden, zoals de sukkels zo mooi heten.

Sinds 1974, het jaar van de Anjerrevolutie, bestaat die wereld officieel niet meer. Veel scherpe kantjes zijn na enkele generaties ook echt afgesleten. Maar de reflexen bestaan nog. De deuk en de laatste slierten.

Ik ben opgegroeid in een dorp aan de Duitse grens, pal na de oorlog. Misschien beschik ik daarom over een extra antenne voor zoiets. De eerste tien jaar van mijn leven was ik argeloos getuige van het gefluister en van de knik van verstandhouding, van de plotselinge omweg, van het afwerende gebaar.

Ik had geen idee waarover het ging. Niemand had ook zin het uit te leggen.

Pas later besefte ik hoe vers de wonden waren voor al die oude mensen om me heen.

Oorlogen duren zolang er herinneringen aan herinneringen bestaan. Oorlogen woekeren voort in hoofden die van geen oorlog weten.

In een dorp sterven de echo’s het traagst.

Gerrit Komrij