Zingende amateurs

Het is geen onverdeeld genoegen om in Mamma Mia! Meryl Streep en Pierce Brosnan het duet SOS te horen zingen. Het muzikale resultaat ontstijgt nauwelijks de karaokebar. Acteurs van nu lijken zelf hun liedjes te moeten inzingen. Reese Witherspoon en Joaquin Phoenix deden in Walk the Line alsof ze June en Johnny Cash waren en Sam Riley zong als Ian Curtis mee met de nummers van Joy Division in Control.

In de jaren vijftig was dit een doodzonde geweest. Acteurs werden toen ook beoordeeld op hun zangkunst en hun partijen werden desnoods opnieuw ingezongen door professionele zangers. Audrey Hepburn was zwaar teleurgesteld toen voor My Fair Lady haar stem werd vervangen door die van Marni Nixon. Hepburn had de partijen zelf al ingezongen – en niet onverdienstelijk, zoals te horen is op de dvd. Natalie Wood gebeurde hetzelfde bij West Side Story, Deborah Kerr bij The King and I. Hun zangstem werd gedubd door – opnieuw – Marni Nixon.

Dat ongeschoolde stemmen niet per se slecht zijn bewees musicalster Fred Astaire. Componisten als George Gershwin en Irving Berlin schreven liedjes speciaal voor hem, die hij volgens hen uitstekend uitvoerde in de dansmusicals die hij samen maakte met onder meer Ginger Rogers – ook al geen professionele zangeres, maar wel iemand die instinctief wist hoe te fraseren en ademen. Het populaire lied was voorbehouden aan goede zangers, niet aan ijdele acteurs die denken dat ze kunnen zingen.