Zijn langeafstandlopers beter af met lange benen?

Hardlopers zijn er in alle soorten en maten, schrijft Monica Kok uit Delft. Zij vraagt zich af: „Zijn lange benen nu een voordeel of juist een nadeel bij het lopen van lange afstanden?”

„Iemand met langere benen kan grotere stappen zetten”, zegt Harm Kuipers, hoogleraar Bewegingswetenschap aan de Universiteit Maastricht. Maar langere benen kunnen ook nadelig zijn, omdat die een lichaam uiteraard groter en zwaarder maken. „Iemand die langer is, heeft meer last van luchtweerstand en torst meer gewicht met zich mee.”

Hoe zwaarder iemand is, hoe groter ook de impact op het lichaam bij het neerzetten van de voeten. Die impact is bij het hardlopen sowieso al behoorlijk, omdat een lichaam dan als het ware telkens springt en valt. Een hardloper moet bij het neerkomen drie keer zijn eigen lichaamsgewicht opvangen. Zwaardere hardlopers zijn dan ook blessuregevoeliger dan hun lichtere evenknieën. Een zwaarder iemand moet ook meer calorieën verbranden om zijn lijf dezelfde snelheid mee te geven. „Hij maakt meer warmte vrij en zweet dus meer”, zegt Kuipers.

Klein zijn heeft dus zijn voordelen. Kuipers: „Kijk naar de marathon. Meestal winnen kleine, dunne hardlopers.” Wel is er een kritische ondergrens. „Heel kleine mannetjes en vrouwtjes kunnen een al te hoog tempo niet bijbenen.”

Hoe dan ook, het geheime wapen van de succesvolle hardloper is een andere, aldus Peter Hollander, hoogleraar Bewegingsfysiologie aan de Vrije Universiteit. Lichte onderbenen. Hollander legt uit: „Een voet op de grond heeft een voorwaartse snelheid van 0 kilometer per uur. Tijdens het hardlopen verschilt de snelheid per pas dan ook enorm: tussen de 0 en, zeg, 40 kilometer per uur.” Een hardloper moet dus ontzettend snel zijn voet en onderbeen versnellen en vertragen. Dat kost veel energie. „En des te meer als je onderbenen zwaar zijn”, zegt Hollander.

Ingmar Vriesema