Wereldtop op een verre berg

De wereldpers is welkom op de G8, de top van zeven rijke industrielanden en Rusland.

Maar: wel op enige afstand. Wie de leiders wél opzoeken mag, wacht een grillige reis.

In de bergen van het noordelijke Japanse eiland Hokkaido ligt het luxueuze hotel Windsor, waar de leiders van de G8 tot en met vandaag bijeen zijn. Het hotel kijkt uit over een bosrijke omgeving en het schilderachtige Toya-meer. De reis erheen kan lang en grillig zijn, vooral dezer dagen en in het bijzonder voor wie geen regeringsleider is.

De meeste van de vierduizend journalisten die naar Hokkaido zijn gekomen om de top te verslaan, komen niet verder dan het internationale perscentrum, op dertig kilometer van het Windsor. Maar voor enkele bevoorrechte leden van de pers wordt een uitzondering gemaakt. Zo mogen een Brit, een Deen en een Nederlander – aangemeld als ‘de begeleidende journalisten’ van voorzitter Barroso van de Europese Commissie – de tocht ondernemen naar het tijdelijke politieke centrum van de wereld, dat nu in de mist gehuld op zijn verre berg ligt.

De jaarlijkse bijeenkomsten van de G8 zijn bedoeld om de leiders van de VS, Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Rusland en de EU informeel met elkaar te laten praten. Ruim 20.000 agenten heeft Japan ingezet om het onderonsje te bewaken. F-18-gevechtsvliegtuigen bewaken het luchtruim. Zelfs het perscentrum is zwaar beveiligd, al komt er geen leider in de buurt. Commissie-voorzitter Barroso had er gisteren graag naartoe willen komen, maar hij mocht niet van de organisatie. Security is dezer dagen het meest gebruikte Engelse woord in Japan.

Demonstranten, die eerdere edities van de G8 verstoorden, komen zo ver niet. Wel zijn er wat vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties. Kumi Naidoo uit Zuid-Afrika, van Global call to action against poverty, is een van hen. Hij praat met weemoed over eerdere G8-toppen, waarvan toen al werd gezegd dat de veiligheidsmaatregelen enorm waren. In Gleneagles (Groot-Brittannië) in 2005, zegt hij, was de afstand naar het hotel van leiders te lopen. Vorig jaar in Heiligendamm (Duitsland) moest je een treintje nemen. „Maar je kon de plek nog zien.”

De dertig kilometer naar het hotel blijkt ruim twee uur te kosten. De reis, per bus, gaat door een vrijwel leeg landschap – alleen staan overal langs de weg politieagenten geposteerd, als witte Playmobilpoppetjes in een verder groene omgeving.

Na een uur in de bus mogen we te voet verder, om uit te komen bij een plek die – hier midden in de vredige natuur – associaties oproept met oorlog, of op z’n minst een ramp. Helikopters die met veel herrie landen en opstijgen. Militaire voertuigen. Brandweer. En opnieuw: véél politie. Na de zoveelste controle van onze passen en bagage mogen we plaatsnemen in een andere bus.

Daar ontmoeten we dan commissie-voorzitter Barroso: althans, we mogen hem er spreken per mobiele telefoon, want hij moet bijna naar zijn diner met Bush, Sarkozy en de andere leiders. „We hebben een open gesprek gehad over Zimbabwe”, klinkt zijn stem uit het mobieltje, waar omheen zich de drie journalisten hebben geschaard. „Daarin werd onderstreept dat de huidige situatie schadelijk is voor het beeld van heel Afrika, en dat er een snelle oplossing moet worden gevonden voor de dramatische en afschuwwekkende situatie daar.”

De reis gaat daarna toch verder. In het Windsor wacht nog een ambtenaar van de Europese Commissie die meer zal vertellen – off the record, hij mag niet geciteerd worden. Dan volgt een wandeling door de kelder. Aan het einde van een trap is zowaar een glimp te zien van de leiders. Angela Merkel draagt iets wits.

„Het is onwerkelijk”, zegt de Zuid-Afrikaan Kumi Naidoo, terug in het perscentrum. „Dit soort bijeenkomsten wordt steeds verder van de bewoonde wereld gehouden.” Volgend jaar organiseert Italië de G8 op La Maddalena, een klein eiland.