Studentenstad Groningen, roltrap naar Randstad

Arm Groningen. Wat het noorden des lands ook probeert om jong talent te behouden, de Randstad trekt harder. Daar zijn de goede banen, daar is het grote geld.

Wie er ooit zelf studeerde, weet het allang. Maar het blijkt nu ook voor het eerst uit onderzoek: de stad Groningen fungeert als ‘opwerkfabriek’ van jong talent dat na de studie naar de Randstad vertrekt.

Elk jaar worden duizenden studenten in Groningen opgeleid, die vervolgens in groten getale naar de Randstad verhuizen. Steden als Arnhem, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag fungeren ook als centrum waar nieuwe generaties kenniskapitaal opbouwen. Maar Groningen is een echte doorvoerhaven van talent. Jan Latten noemt de stad dan ook ‘de roltrap naar de Randstad’.

Latten is onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam. Gisteren publiceerde hij een onderzoek over de stad Groningen dat hij uitvoerde met CBS-onderzoekers Marjolijn Das en Katja Chkalova. „Groningen fungeert als toeleverancier van talent aan de Randstad”, blijkt daaruit.

Er zijn wel mensen die na hun studie in Groningen blijven. Of die zich, al dan niet met partner, in de regio vestigen om er te gaan wonen. Maar de meeste ex-Groningers, meestal singles, trekken na hun studie naar Amsterdam en Utrecht. Omdat dáár de banen zijn, omdat dáár het grote geld verdiend kan worden.

De Randstad zal tot 2025 nog verder groeien, en dan vooral Amsterdam en Utrecht, zo bleek gisteren uit de nieuwste regionale bevolkings- en huishoudensprognose die het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) naar buiten brachten. Uit een ander onderzoek, van het Sociaal en Cultureel Planbureau van begin 2006, bleek dat mensen die op het platteland wonen gelukkiger zijn dan stedelingen. Maar blijkbaar weegt dat geluk niet op tegen de kansen die in de Randstad liggen, zegt Latten.

„De tegenstelling tussen stad en platteland zal de komende jaren alleen maar toenemen”, meent hij. „Steden worden de komende jaren steeds aantrekkelijker voor mensen met talent en bieden veel kansen op werk en een hoger inkomen.”

De stad Groningen zuigt jonge, talentvolle inwoners weg uit de noordelijke en oostelijke regio’s van Nederland. De meeste nieuwkomers zijn 18 tot 22 jaar oud, blijkt uit het onderzoek over Groningen. Tachtig procent van hen is student. Ze vestigen zich sinds 2001 – vanaf dat jaar heeft het CBS gedetailleerde cijfers over migratie – massaal in de stad. De rest van de provincie kromp intussen. Van alle 18-plussers die bijvoorbeeld in de periode 1999-2000 naar de provincie verhuisden, had bijna de helft binnen vijf jaar de regio alweer verlaten. Voor de stad Groningen was dit meer dan de helft.

Voor Groningen lijkt het op het eerste gezicht niet echt een goede koop: jongeren worden er waardevol gemaakt, en daarin investeert de stad, en vervolgens gaan ze buiten de Randstad geld verdienen. Na de verhuizing naar het westen gingen de uitstromers er financieel flink op vooruit, zo blijkt uit het onderzoek van Latten. Hij noemt dit indicatief voor een ‘braindrain’ uit de stad Groningen.

Toch is het allemaal zo negatief niet voor de stad Groningen, zegt Latten. „De bedrijvigheid – horeca en bedrijfsleven – bloeit juist door alle studenten die er een paar jaar verblijven. Had Groningen haar universiteit niet, dan was die winst veel minder.”

Al sinds de neergang van de turfwinning in Drenthe, rond het midden van de vorige eeuw, stromen inwoners van het noordelijke platteland naar de stad Groningen, zegt Latten. De beweging is dus niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat het effect zich de komende jaren lijkt te versterken.

Er zijn verschillende pogingen ondernomen talent in het noorden te houden of ernaartoe te lokken. Zo heeft het hoofdkantoor van het toenmalige KPN in de jaren negentig een tijdje in Groningen gezeten. Het hogere kader van de Gasunie kreeg rond die tijd een subsidie om goedkoop grond te kunnen kopen rond Groningen. Aan ander voorbeeld is de bouw van ‘De Blauwe Stad’, een luxe woonwijk rond een kunstmatig aangelegd meer in de buurt van Winschoten.

Maar het lijkt er niet op dat dit beleid echt werkt, zeiden planologen al eerder, en Latten zegt het nu ook. Mensen gaan niet méér thuis werken door ICT, ze willen centraal wonen en/of in de buurt van hun werk. En de best betaalde banen zitten in de Randstad.

Het platteland kan de Randstad niet ontlasten, zegt Latten. „Het noorden als geheel moet niet te veel rekenen op groei de komende jaren. De steden in de Randstad ontwikkelen zich juist steeds meer als economische centra. Het platteland neemt economisch steeds verder in belang af.”

Als voorbeeld van de aantrekkingskracht van de Randstad noemt Latten ook Philips en Vodafone, die respectievelijk uit Eindhoven en Maastricht hun hoofdvestiging naar Amsterdam verplaatsten. „Daar kunnen die bedrijven makkelijker talentvol personeel vinden. Dat is het kenmerk van de kenniseconomie. Bedrijven gaan zitten waar talent zit.”