Rotterdam dreigt vast te lopen

Met de oprichting van een publieke onderneming, vandaag, hoopt Rotterdam de filedruk te verminderen, en zo de haven te ontlasten. „Onze economische motor moet blijven draaien.”

Het verkeer rond Rotterdam loopt vast en het tempo waarin dat gebeurt verontrust met name de havenondernemers. „Als we niet oppassen staat de hele regio binnenkort letterlijk stil”, waarschuwde directeur Hans Smits van het Havenbedrijf Rotterdam afgelopen najaar tijdens het Havendebat, waar hij voor het eerst publiekelijk zijn zorgen uitte. Daarmee zou een groot deel van zowel de Nederlandse als de Duitse economie „ernstig getroffen” worden.

Haast is geboden, benadrukte Smits, zeker nu de rijksweg A15 vanaf volgend jaar op de schop gaat. De verbreding van deze „levensader van de Rotterdamse haven” neemt zeker zes jaar in beslag. Nog langer dralen zou de concurrentiepositie van Europa’s grootste haven onherroepelijk in gevaar brengen, stelde Smits. Hij pleitte voor de oprichting van „een autonome verkeersregelaar, want het grootste probleem is dat niemand verantwoordelijk is en er dus ook niets gebeurt om de filedruk te verminderen”.

Vanmorgen ging Smits’ wens in vervulling. Op het stadhuis in Rotterdam bezegelden vier partijen (Rijkswaterstaat Zuid-Holland, het Havenbedrijf, de stadsregio en de gemeente Rotterdam) de oprichting van de zogeheten Verkeersonderneming, in bijzijn van minister Camiel Eurlings (Verkeer, CDA). „De haven is de economische motor van Rotterdam en Nederland; die moet blijven draaien”, aldus wethouder Jeannette Baljeu (Verkeer, VVD), die tevens portefeuillehouder vervoer is van de stadsregio Rotterdam.

Het voornaamste doel van de publiek-private onderneming is de komende jaren de congestie op de A15 tegen te gaan, en zodoende de haven te ontlasten. „De bestuurlijke versnippering rond wegbeheer en mobiliteit wordt doorbroken”, kondigden de initiatiefnemers vanmorgen aan. Mocht de proef slagen, dan is de kans groot dat elders in Nederland ook verkeersondernemingen worden opgericht om knelpunten te bestrijden. De deelnemende partijen steken 15 miljoen euro in het Rotterdamse initiatief.

Een van de belangrijkste taken van de nieuwe onderneming is de regie bij de werkzaamheden op de A15. Met ‘incidentmanagement’ zijn volgens de directeur van de Verkeersonderneming, Laurens Schrijnen, inmiddels goede ervaringen opgedaan. Sinds begin april treden weginspecteurs van Rijkswaterstaat ook op bij ongevallen op niet-rijkswegen in het havengebied. Met bevoegdheden die tot voor kort alleen de politie had. Zo mogen zij, wanneer ze als eerste op de plek van een ongeluk zijn, bepalen welke andere hulpdiensten nodig zijn zonder eerst de politie te hoeven raadplegen. Dat heeft al voor tijdwinst gezorgd: wegen zijn eerder vrij.

Verder zegt de Verkeersonderneming de hoogtedetectie in tunnels te willen verbeteren. Vrachtwagens botsen nog te vaak tegen een viaduct, met groot oponthoud tot gevolg. Hoog op de verlanglijst van zowel de gemeente als de haven staat verder de aanleg van een tweede oeververbinding, die de A15 met het Westland moet verbinden. Een extra tunnel onder de Nieuwe Waterweg is bovendien nodig om de grotere toestroom van containers op te kunnen vangen na de oplevering – naar verwachting in 2013 – van de Tweede Maasvlakte.

De Verkeersonderneming zal bovendien de autogebruiker verleiden „op een ander moment in de auto te stappen”. Vervoer over water is het meest voor de hand liggende alternatief in ‘Rotterdam Waterstad’. Sinds enkele maanden pendelen snelle veerboten van de regionale vervoersmaatschappij RET tussen Hoek van Holland en de Maasvlakte. Ook vaart een zogeheten Aqualiner tussen de Erasmusbrug (Willemskade) en het havendorp Heijplaat. Het snelle veer is vooral bedoeld voor de honderden studenten van de Hogeschool Rotterdam en het Albeda College, die komend schooljaar praktijklessen volgen in de voormalige RDM-machinefabriek.

Het economische adviesorgaan van het Rotterdamse college, de Economic Development Board Rotterdam (EDBR), riep de stad maandag op binnen vijf tot tien jaar „een hoogwaardig waternetwerk voor personenvervoer” te realiseren, naar het voorbeeld van Hamburg en Venetië. Ondanks een onrendabele aanloopperiode zou de stad massaal moeten voorinvesteren in zo’n dertig aanlegplaatsen. „Rotterdam laat het water nog veel te veel links liggen, terwijl daar juist kansen liggen”, zei de vicevoorzitter Paul Nouwen van de EDBR. Eén ponton kost naar schatting 1 miljoen euro.

Met het onderzoek Snel weg over water, uitgevoerd op verzoek van wethouder Baljeu, speelt de EDBR in op de openbare aanbesteding voor het vervoer over water van komend najaar. Het betreffende gebied loopt van Hoek van Holland tot Krimpen aan den IJssel. De concessie moet vanaf 2010 ingaan en zal voor tien jaar gelden. Nouwen benadrukte dat de haltes aan de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg moeten aansluiten op het bestaande openbaar vervoer in het Rijnmondgebied. Aanlegplaatsen moeten op korte loopafstand liggen van haltes voor tram, bus, metro en trein.