Je kunt misschien toch beter op je vijftigste verdwijnen

Omstreeks de tijd dat ik aan m’n puberteit begon, had ik een levensloopregeling ontworpen die me alleen al om haar eenvoud meteen bijzonder beviel. Ze kwam er op neer dat ieder mens in de nacht van de dag waarop hij vijftig zou worden ineens, zonder enige vooraankondiging, en zonder de morele verplichting om eerst nog pijnlijk afscheid van de familie te hoeven nemen, dood zou gaan of liever nog: in het niets zou verdwijnen, zoals je vlinders van de ene dag op de andere nooit meer terugziet, tenzij bij meneer Prikkebeen die zoals bekend de stoffelijke overschotjes opspelde.

Mijn ouders vonden het niks, en verzekerden me dat ik het zelf, als ik ooit de veertig zou zijn gepasseerd, ook geen goed idee meer zou vinden, wat ik bestreed. Sindsdien heb ik de gedachte nog weleens bij me laten opkomen, omdat ik van mening bleef dat de weeffout in de schepping al in een vroeg stadium, dus bijvoorbeeld in de tijd dat patriarchen nog 969 jaar werden, via een simpele ingreep rechtgebreid had kunnen worden. Maar de hele gang van zaken die nu nog altijd bestaat zal wel samenhangen met onze boetedoening vanwege de appel, de slang, de vrouw en de erfzonde. En daar doe je niks tegen. De mens kan intussen al bijna weer net zo oud worden als Methusalem, en wat komt hij ver na z’n vijftigste tegen? De straf van God in de gedaante van de thuiszorg.

Ik struikelde dezer dagen over twee krantenzinnetjes die het probleem samenvatten van een aantal thuiszorgorganisaties die door hun budget voor 2008 heen zijn, en daarom geen nieuwe klanten meer kunnen aannemen. De zinnetjes luidden:

‘De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gaat vandaag in gesprek met Menzis, het zorgkantoor in de noordelijke regio. De toezichthouder zal eerst bekijken of de klanten bij andere thuiszorgaanbieders terechtkunnen’.

Waar denk je aan als je leest over Zorgautoriteit, het zorgkantoor van Menzis, de toezichthouder, de thuiszorgaanbieders en de klanten?

Allicht: aan de Regenten van het Sint Elizabeth gasthuis van Haarlem, en aan de Regenten en Regentessen van het Oude Mannenhuis in dezelfde stad. Frans Hals, die op z’n zesentachtigste (zesendertig jaar later dan nodig was) berooid stierf in het besjeshuis, bleef verstoken van thuiszorgaanbieders, en uit het zicht van de zorgautoriteit. En reken maar dat je op zijn doeken altijd een regent ziet zitten waarvan je denkt: verrek, sprekend zorgverzekeraar Roger van Boxtel, de topman van Menzis! Maar je associeert natuurlijk ook gauw door naar de Camera Obscura, en meer speciaal naar Keesje, het Diakenhuismannetje, dat een uur op de gang moest wachten tot de vergadering had besloten dat hij z’n eigen geld toch beter in beheer kon laten van de regenten. Daar moeten ook Boxtels tussen hebben gezeten.

Het ergst zijn de televisiebeelden, waar je de hele thuiszorgmaffia niet op een schilderij, maar in de bittere realiteit ziet, met een pak aan en een das voor, en een bewegende mond die zegt: ‘Waar niet is, verliest de keizer zijn recht’, wat ze elk jaar om deze tijd zeggen om de SP wéér te laten dreigen met het ergste dreigement dat onze democratie kent, te weten dat de Kamer terug moet komen van vakantie.

En om ons te doordringen van de nood, laat de actualiteitenrubriek ter afwisseling van de bikkelharde onderhandelingspositie die de thuiszorgaanbieders bezig zijn in te nemen, diverse diakenhuismannetjes- en vrouwtjes zien, van wie de ene niet naar de wc kan zonder hulp, en de tweede niet kan ademen, en de derde als er niet snel iets gebeurt het bed nooit meer uitkomt.

Waren ze op hun vijftigste maar geruisloos verdwenen.

Lees eerdere columns op nrcnext.nl/blokker