Heldhaftige televisiedokters

Na tien minuten een brok in mijn keel, na elf minuten een bibberende onderlip, nog een minuut later een onbedwingbare snik. Niet door die mevrouw die gisteravond op Net 5 een aanval van stresscardiomyopathie kreeg in ziekenhuisserie Grey’s Anatomy. Zij was verliefd op haar buurman en hij op haar, maar het werd nooit iets, hij ging dood en zij belandt nu elk jaar op zijn sterfdag met hartfalen in het ziekenhuis.

Zo gaat dat, of beter gezegd zo gaat dat toch helemaal niet, ook al schijnt de ‘gebroken-hartziekte’ echt te bestaan. Onverwacht verdriet om mijn dierbaarste overledene heb ik op de raarste momenten, maar niet op haar sterfdag.

Ook de liefdesaffaires tussen de medici in Grey’s Anatomy doen me niks. The Flying Doctors, de dappere Australiërs waar ik op mijn elfde fan van was (ik verliefd op dokter Geoff, hij helaas op zuster Kate), brachten het er beter van af.

De dame die mij deze avond tot tranen brengt is 26 weken en zes dagen oud. Ze heet Stella en ligt in het Universitair Medisch Centrum Groningen, afdeling neonatologie. Stella is zo groot als een halfje brood en voor ze goed en wel geboren is, is ze alweer dood. Wat is dood? Twintig minuten lang pompen de artsen lucht in haar en masseren haar hartje. „Mag pappa er even bij?” vraagt iemand. Nog half opgetogen over de geboorte komt vader de OK binnen. „Allereerst proficiat met het kindje”, zegt de arts. „Het is nog kleiner dan we verwacht hadden, en het gaat op dit moment niet zo heel erg goed. We hebben moeite om het kindje aan de praat te krijgen. Ik kom u zo weer halen.” Vijf minuten later mag papa zijn mondkapje afdoen, een afscheidskus geven en dan is Stella’s leven officieel voorbij. Het is bijna Kerst, er hangen ballen rond de couveuses op de afdeling.

De setting van Als we het zouden weten (Humanistische omroep 2007, gisteren in herhaling op Holland Doc) herken ik uit mijn studiestad Groningen, maar ook van een eerdere tv-uitzending. In 2004 kwam chef de clinique Eduard Verhagen internationaal in het nieuws met zijn pleidooi voor euthanasie bij baby’s zonder uitzicht op een dragelijk leven. Er werden beelden getoond van een kindje met zo’n ernstige huidaandoening dat het nooit geknuffeld zou kunnen worden.

Omdat een pasgeborene te jong is om toestemming te kunnen geven voor wat dan ook, laat staan voor euthanasie, moet deze volgens de wet blijven leven. Verhagen stelde het zogeheten Groninger Protocol op, dat artsen in de praktijk in staat stelt in dit soort gevallen toch euthanasie te plegen. Katholieke landen en de VS schilderden de arts vervolgens af als babymoordenaar. „Dr. Mengele leeft en hij woont in Holland”, schreef een Amerikaanse columnist.

Als we het zouden weten maakt alleen in de aantiteling melding van de commotie van toen, en aan het einde mag Verhagen zeggen dat hij (toch nog) voor moord kan worden aangeklaagd als hij een ziek kind laat sterven dat wél de kracht heeft om zelfstandig te overleven. Deze documentaire richt zich voornamelijk op het omgekeerde: in hoeverre moet of mag je een ziek kind in leven houden dat het zonder hulp niet redt? Het is de andere kant van dezelfde medaille en het zal zeker geen opzet van de makers Petra en Peter Lataster zijn, maar ik voel opeens een groot verschil met 2004. Toen ging het over moedwillig doden, nu over geforceerd laten overleven.

Ik vraag me af of André Rouvoet en Jet Bussemaker hebben gekeken naar Als we het zouden weten, dat evengoed de naam had kunnen zijn van het recente debat over embryoselectie. Wat de ChristenUnie van de baby met de huidziekte vindt was vier jaar geleden voor mij niet belangrijk, maar nu wel. Ziet Balkenende IV Eduard Verhagen als een heldhaftige kinderarts waar geen George Clooney tegenop kan, of toch als een onhebbelijke man die voor God speelt?