G8 kan de problemen niet meer alleen aan

Nieuwsanalyse

De leiders van de G8, de afgelopen dagen bijeen in Japan, stuiten bij alle grote kwesties op het probleem dat de samenstelling van hun club te beperkt is.

De leiders van de zeven rijkste industrielanden plus Rusland hadden alle reden voor een goed gesprek, de afgelopen dagen in het Japanse Toyako. En er was deze keer geen oorlog of aanslag die de aandacht kon afleiden, zoals bij vorige edities van de G8. In 2005 ontploften er bommen in de Londense metro tijdens de top in het Schotse Gleneagles. En in St. Petersburg, in 2006, was er de oorlog tussen Israël en Libanon.

Op een verre berg in Japan was er nu alleen een hele volle agenda. Het klimaat was door de Japanse gastheer, premier Fukuda, bestempeld tot hoogste prioriteit. Verder waren er onder meer de hoge olie- en voedselprijzen. Een vat olie werd dit jaar al 50 procent duurder. De prijs van graan verdubbelde sinds januari 2006. Bij uitstek mondiale problemen, met politieke én economische kanten. Precies waar het forum na de eerste oliecrisis van de jaren zeventig voor in het leven is geroepen.

Aan de samenstelling van de club is sindsdien weinig veranderd. Canada kwam erbij in 1976. Rusland in 1998. Verder bestaat het gezelschap uit de leiders van de VS, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Japan, plus de voorzitter van de Europese Commissie. Maar de wereld is veranderd. De grootste industrielanden zijn ze niet meer, als bijvoorbeeld China niet meepraat.

De verklaringen die in Japan zijn afgelegd bevestigen dat de verhoudingen zijn veranderd: bij veel onderwerpen die de G8-leiders bespraken, zeiden ze iets over wat anderen – níet-leden van de club – kunnen doen. In verband met de hoge voedselprijzen vragen ze „landen met voldoende voorraden een deel van hun overschotten beschikbaar te stellen aan landen die in nood verkeren”.

Ook voor de olieprijs komt de oplossing niet uit Toyako. De Britse premier Brown kondigde aan dat daarover verder wordt gepraat op een top in Londen. Met (andere) olieproducerende landen.

Wat minder machteloos was de tekst van de G8 over Zimbabwe. De leiders beloofden het regimeMugabe nieuwe sancties op te leggen – maar ook daarover wordt elders verder gepraat, bij de VN.

De leiders van de G8-landen erkenden gisteren dat zij eigenlijk ook niet het geëigende forum vormen om verdere beslissingen te nemen over de reductie van broeikasgassen: dat moeten gebeuren in VN-verband.

Vandaag spraken de G8-landen alvast over het klimaat met de leiders van acht opkomende economieën. Waarbij meteen bleek dat het zo nóg moeilijker is overeenstemming te bereiken.

Een uitbreiding van de G8 lijkt er op korte termijn niet in te zitten. Maar de vraag dringt zich na deze top wel meer dan ooit op hoe zinvol en legitiem de huidige samenstelling van het gezelschap nog is. De Franse president Sarkozy stelde die vraag deze week openlijk. Hij noemde het onverstandig landen als China, India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika langer aan de zijlijn te laten staan.

Er stond nóg een groot grensoverschrijdend onderwerp op de agenda: armoede. In 2005 spraken de G8-landen af dat ze tot 2010 vijftig miljard dollar extra zouden besteden aan ontwikkelingshulp. De instantie die dat moet controleren stelt dat de G8 bij het huidige uitgavenpatroon zal blijven steken op 10 miljard. Gisteren herhaalden de leiders nog eens dat al het toegezegde geld echt beschikbaar komt. Dát is in ieder geval een belofte die ze zelf, zonder hulp van andere landen, kunnen nakomen.