Een paringsdans op het ritme van de levensadem

Breath (Soom). Kim Ki-duk. Met: Chang Chen, Park Ji-ah (a.k.a. Zia), Ha Jung-woo, Kim Ki-duk. In: Rialto, Amsterdam; Haags Filmhuis; Lantaren/Venster, Rotterdam.

Het Koreaanse karakter voor ‘adem’ ziet er net uit als een huisje. Dat levert al meteen een intrigerend beeld op tijdens de begintitels van een film die ‘adem’ heet en over een man en een vrouw gaat die allebei dreigen te verstikken binnen de muren van hun leven. Soom, Breath op zijn Engels, is net zo open en symbolisch als het beste werk van de nog steeds wonderbaarlijk creatief-productieve Zuid-Koreaanse regisseur Kim Ki-duk (1960). Sinds Breath vorig jaar meedeed in de competitie van het Filmfestival Cannes voltooide Kim alweer Dream (Bi-mong) die eind deze zomer de grote Europese filmfestivals zal aandoen.

Centraal in Breath staat de opbloeiende liefde tussen een versmade echtgenote en een ter dood veroordeelde moordenaar. Maar bij Kim draait het nooit zo om de verhaaltjes. Wat hem ook in deze film weer meer interesseert, is de onontkoombare manier waarop mensen van elkaar kunnen gaan houden. Dwingend, een beetje vreemd, wreed zelfs, maar oh zo romantisch.

Veel woorden verspilt Kim daar ook niet aan. Een van de redenen waarom zijn films internationaal zo geliefd zijn, is dat hij ze vooral in beelden en blikken kan vertellen.

De man is een gevangene die het adem/huisje met de steel van zijn tandenborstel in zijn celmuur krast. Even later probeert hij met de op die manier scherp geslepen punt zijn eigen luchtpijp te doorboren. Zodra de vrouw, gespeeld door vaste Kim-actrice Park Ji-ah, kortweg Zia, dat nieuws op de televisie ziet, snelt zij naar de gevangenis om hem te bezoeken. Kent zij hem nog van vroeger? Is zij een van die neurotische vrouwen die op gevangenen valt? Of is er misschien nog iets heel anders dat haar drijft? Je wilt het wel weten, en er komt ook een antwoord, maar eigenlijk doet dat er niet toe. De ademhaling van het leven brengt deze mensen samen.

Wat zich ontspint is een even ernstige als bizar lichtvoetige meditatie over schuld, boete, eenzaamheid, vergeving en vergelding, waarin elementen uit christendom en boeddhisme naadloos in elkaar overgaan. De kringloop van leven en dood is er zo eentje. Tijdens haar visites richt de vrouw de bezoekersruimte van de gevangenis in als een musicalset in achtereenvolgens lente, zomer, herfst en winter. Dat roept de structuur van Kims eerdere film Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring uit 2003 in de herinnering.

In dat decortje zet de vrouw een muziekje op en zingt ze mierzoete liedjes voor de man. De paringsdansen van het tweetal worden door de gevangenisdirecteur met steeds grotere fascinatie via bewakingscamera’s gadegeslagen. Die directeur wordt neergezet door regisseur Kim zelf, die met hoorbaar ingehouden adem geniet van de alomtegenwoordige ‘dubbelrol’ die hij achter de schermen van de film kan spelen.

Ondanks z’n ingetogen stijl is Breath waarschijnlijk een van de meest toegankelijke films van Kim Ki-duk. Wie destijds genoten heeft van de liefdesavonturen uit zijn arthousehit Bin-jip (2004), moet deze zomer vooral ook naar Breath gaan kijken.