Denis Mentsjov is in de tijdrit wel bij de les

Na een moment van onoplettendheid in de etappe van maandag, liet Denis Mentsjov zich gisteren in de tijdrit weer van zijn beste kant zien. ,,Ik was een beetje boos.”

„Als de benen goed zijn, weet je wat je hebt.” Denis Mentsjov, de Russische kopman van de Raboploeg, zegt zelden een woord te veel. Maar met één zin vol zelfvertrouwen gaf hij gisteren al voor de individuele tijdrit over 29,5 kilometer aan dat hij geen moment meer dacht aan de dag ervoor, toen hij 38 seconden had verloren op zijn concurrenten. Vervolgens liet hij zijn goede benen spreken: zesde, 34 tellen achter winnaar Stefan Schumacher maar vóór de meeste favorieten voor de eindzege. „Een goede tijdrit”, concludeerde hij. „Ik ben zeer tevreden, had van start tot finish een goed gevoel.”

Ook bij zijn Nederlandse ploeg was de tevredenheid groot. „Dit was de eerste afspraak voor de klassementrenners”, zei ploegleider Erik Breukink. „Denis laat nu zien dat het wel goed zit.” Ten opzichte van de andere Tourfavorieten verloor Mentsjov alleen een paar seconden op de Australiër Cadel Evans, meer tijdritspecialist dan hij, op wie hij nu 51 tellen achterstaat. Daar stond aanzienlijke winst tegenover op Alejandro Valverde (1 minuut), Carlos Sastre (1.09) en Frank Schleck (1.40). In het klassement naderde de tweevoudig winnaar van de Vuelta de top-10, en wipte hij na het verlies van een dag eerder over zijn meeste concurrenten heen. Mentsjov staat nu elfde in het klassement, op 1.12 van Schumacher, en heeft minder dan een minuut achterstand op rivalen als Cadel Evans en George Hincapie.

Belangrijker dan de zege was dat de Rus zich, net als in de Ronde van Spanje van vorig jaar, bewees als leider van zijn team. Rabo, de duurste ploeg van het peloton, zette nooit eerder in de Tour alle kaarten zo nadrukkelijk op één renner als nu met Mentsjov. Vorig jaar liet de aangewezen kopman zich nog wegzetten door de Deense schaduwkopman Michael Rasmussen, die na de eerste bergrit de leidersrol overnam. Met het gevolg dat Rasmussen in het geel uit de Tour moest verdwijnen.

Maandagavond had de nummer zes van de Tour van 2006 na zijn onoplettendheid in de derde rit naar Nantes het woord genomen. „Ik was zelf niet attent genoeg”, had de dertigjarige renner toegegeven. Om er ook een boodschap voor de anderen aan toe te voegen. „We moeten wat meer geconcentreerd zijn, meer bij elkaar blijven in zulke situaties.” Hij kon wijzen op de Schot David Millar, die net als Mentsjov de slag miste maar met hulp van zijn oplettende en ijzersterke ploeggenoot Martijn Maaskant nog net terugkeerde in de eerste groep.

Al te veel ophef moest er nu ook weer niet van het secondenverlies worden gemaakt, zei hij gisteren voorafgaand aan de tijdrit. „Dat is nou eenmaal wielrennen. Ik verlies de eerste Tourdagen altijd wat tijd, soms al 30 of 40 seconden in een proloog. Het is een beetje jammer, maar vandaag denk ik er niet meer aan.” Alles draait om „good legs” en „good mind”, legde de 63 kilo lichte allrounder uit. En hij had vandaag beide, dus was zijn vertrouwen groot. Zijn ogen glinsterden, zijn warming-up straalde kracht uit. „Ik zag al voor de rit dat hij een beetje agressie in zich had”, zei ploegleider Breukink na afloop van de tijdrit.

De voormalige specialist (drie keer winnaar van Tourtijdrit) reed samen met collega-ploegleider Erik Dekker achter zijn kopman aan. „Hij had continu power op de pedalen, nam geen moment rust en kon in de afdaling de grote versnelling draaien. Een heel constante tijdrit, het maximum wat hij heeft.” Ook Dekker wist al langer dat Mentsjov fysiek in orde was. „In de eerste etappe moest hij op de slotklim van achteruit terugkomen. Hij eindigde als 26ste, reed de laatste kilometer sneller dan ritwinnaar Valverde. Vaak heb ik bij hem het idee: rijd nu eens een tandje kleiner. Maar vandaag niet. Hij reed heel goede bochten. Ik dacht soms: wat doet hij nu?”

Mentsjov lachte. „Ik was een beetje boos, ja, nam iets meer risico’s. Deze tijdrit was vergelijkbaar met mijn beste tijdritten in de Vuelta, vorig jaar en drie jaar geleden. Ik eindig nu een seconde achter Fabian Cancellara, een specialist. Dat verrast me wel een beetje.”

Maar bij alle opluchting en tevredenheid was de Rus de eerste om het belang van zijn goede tijdrit te relativeren. „De verschillen die in de derde etappe en vandaag zijn gemaakt, zullen uiteindelijk in het niet vallen bij de verschillen die in de laatste week ontstaan.”