De oudercoach gebarentaal

Waarom ben je gebarentaal gaan studeren?

„Ik ben zelf licht slechthorend en kwam daarom vroeger vaak voor begeleiding bij een instituut. Daar was een dovenschool aan verbonden en ik zag die kinderen druk met hun handen bezig. Iemand legde me uit dat het gebarentaal was en dat is me sindsdien blijven interesseren. Het docentschap zit bovendien in mijn familie.”

Wat voor werk doe je nu?

„Ik doceer gebarentaal aan ouders van dove of slechthorende kinderen en ouders van kinderen met een taal- en spraakprobleem. Het valt onder de ambulante zorg Utrecht. Dat betekent dat een gezin zich meldt en we vervolgens kijken welke mensen er ingezet kunnen worden.”

Is gebarentaal lastig te leren voor die ouders?

„Soms wel. Het heeft ook met aanleg te maken. Je moet er altijd rekening mee houden dat ouders daar niet vrijwillig zitten. Vaak gaat het gepaard met veel emoties. Vooral de eerste lessen zijn zwaar. Het komt weleens voor dat iemand dan in huilen uitbarst. Er zitten ouders bij die kinderen hebben met een spraak- en taalprobleem. Zo’n probleem ontdekt een ouder pas later, als een kind zou moeten gaan praten. Sommige kinderen kunnen taal moeilijk verwerken, daar kan visueel communiceren bij helpen. Anderen begrijpen het prima, maar kunnen juist zichzelf moeilijk talig uitdrukken. Het is belangrijk dat de ouders de gebarentaal goed beheersen, niet alleen voor de communicatie maar ook voor de ontwikkeling van het kind.”