Corporaties gevoelig voor vastgoedfraude

Woningcorporaties zijn net zo kwetsbaar voor grootschalige fraudepraktijken als de vastgoedsector. Goed integriteitsbeleid ontbreekt, terwijl de sector met een jaarlijkse investeringsportefeuille van zo’n 4 miljard euro een van de grootste partijen op de vastgoedmarkt is.

Het besef dat corporatiemedewerkers daardoor kwetsbaar zijn voor integriteitsschendingen ontbreekt, zo blijkt uit het vandaag gepubliceerde onderzoek Hebzucht in vastgoed van organisatieadviseur Lenny Vulperhorst, die eerder onderzoek deed naar de bouwfraude. Vulpenhorst interviewde voor het boek topfunctionarissen uit de corporatie- en vastgoedsector.

Ruim eenderde van de ondervraagde directeuren heeft intern te maken gehad met frauderende medewerkers, zo blijkt uit die gesprekken. Daarbij ging het om diefstal, maar ook om vriendjespolitiek, het bevoordelen van adviseurs en bouwondernemers of het aannemen van steekpenningen. Tot ontslag leiden dergelijke praktijken zelden. Slechts eenderde van de op fraude betrapte functionarissen werd ontslagen. Dat beleid is volgens Vulperhorst een mogelijke verklaring voor het kleine aantal fraudezaken dat jaarlijks naar buiten komt.

De controle van toezichthouders, zoals commissarissen, op de interne gang van zaken is minimaal, zo blijkt verder uit het onderzoek. Ruim tweederde van de toezichthouders heeft daar de afgelopen twee jaar geen enkele vraag over gesteld. Directeuren worden bij hun aanstelling ook nauwelijks getoetst op hun normbesef.

De vastgoedwereld kenmerkt zich vooral door een cultuur van permanent onderling wantrouwen, stelde Vulperhorst vast. Sommige ontwikkelaars hanteren zelfs ‘zwarte lijsten’ van malafide bedrijven die zij boycotten. Maar zelfs dat biedt geen garantie op betrouwbare partners. Want de veelvuldige inzet van tussenpersonen en intermediairs kan ertoe leiden dat de werkelijke zakenpartner pas bekend wordt als de onderhandelingen zijn afgerond.

In de branche bestaat wel brede consensus over de kwalijke rol die grote gemeenten zouden spelen bij het in stand houden van vastgoedfraude. Wethouders en topambtenaren laten zich vaak inpakken door malafide ontwikkelaars en wilde avonturiers. Die krijgen daardoor een bonafide status en kunnen dan moeilijk geweerd worden, want doe maar eens geen zaken met partners die de zegen van het stadsbestuur hebben, zo luidt de redenering.

Amsterdam is zich daar inmiddels van bewust, na de negatieve conclusies van intern onderzoek naar de fraudebestendigheid van ambtenaren en wethouders die verantwoordelijk waren voor de Zuidas. Het is volgens Vulperhorst de vraag of dat elders ook het geval is.

Lees op nrc.nl/vastgoedfraude hoe de fraude met panden en grond werkt.