Bij een volgende cd ben ik koppiger en vasthoudender

Sam Sparro was eerder beroemd dan dat zijn debuut-cd met liedjes was gevuld.

Iets te vroeg, vindt ook de ster zelf, die gisteren het voorprogramma van Mika was.

Valt een slechte avond te redden? Het lukt Sam Sparro vanavond niet. Juist nu hij optreedt in de chique Bloomsbury Ballroom in Londen, loopt het mis. Het geluid is erbarmelijk slecht en Sparro is matig bij stem. Hij schreeuwt zich bijkans door veel nummers heen.

Misschien is de Bloomsbury Ballroom geen geschikte plek. De zaal heeft prachtige hoge plafonds en een houten lambrisering. Maar het is er bloedheet. Al snel gutst het zweet dan ook van Sparro’s gezicht en ook zijn hippe oversized bandplooibroek plakt hinderlijk aan zijn dijbenen. In de Bloomsbury Ballroom kortom, gaat alles fout.

En is dat jammer. Want met zijn gelijknamige debuutalbum trok Sam Sparro de afgelopen weken de aandacht. Daarop paart hij zijn donkere, soulvolle stem aan vrolijke funk- en disconummers. Dat contrast zorgt voor een opmerkelijk geluid, dat ook nog eens van deze tijd is door de toegevoegde elektropop. Dat alles maakte nieuwsgierig naar zijn live-optreden. Maar het concert loopt uit op een teleurstelling.

Misschien ligt het aan het tijdsbestek. Sparro is in korte tijd een ster geworden. In oktober vorig jaar bracht hij een demo uit, met daarop het nummer Black and gold, dat al snel op de radio werd gedraaid. In december raakte hij volgens eigen zeggen verwikkeld in een „bidding war” tussen platenmaatschappijen, die vochten om hem een contract aan te bieden. Universal won. In de weken die volgden, moest Sparro een album uit de grond stampen – het succes van Black and gold immers, moest zo snel mogelijk worden verzilverd.

Er was alleen één probleem: Sparro had bij lange na niet genoeg nummers geschreven om een album te vullen. En dus moest hij aan de slag. Aan die tijd bewaart hij goede en slechte herinneringen. Dat zegt hij niet hardop, dat hoor je tussen de regels door, tijdens het interview dat hij de middag voorafgaand aan het optreden geeft. Gezeten in de verlaten champagnebar van de Bloomsbury Ballroom vertelt hij: „Tijdens de opnames werd ik een week ziek. Ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik ziek werd. Eindelijk had ik even rust.”

Sparro komt uit een muzikale familie. Hij werd geboren in Australië, maar verhuisde op tienjarige leeftijd naar Los Angeles omdat zijn vader, een gospelmuzikant, een platencontract kreeg aangeboden. In Los Angeles ging Sparro zingen, in de kerk, en het was daar dat souldiva Chaka Khan hem eens zag. „Verdomme, die witte jongen kan zingen”, zei ze. Maar ook dat kenmerkt het snelle sterrendom van Sam Sparro; over die anekdote wil hij inmiddels weinig meer kwijt. Hij heeft het verhaal al zo vaak verteld, verzucht hij.

In Los Angeles was Sparro eenzaam. Hij groeide op in een buurt „met oud geld”. En daar moesten ze weinig van de excentrieke jongeling hebben, die veelkleurige make-up en kleren droeg en in die tijd ontdekte dat hij homoseksueel is. „Ik was eenzaam en depressief.” Dat veranderde toen hij naar Londen verhuisde, op negentienjarige leeftijd. „Daar trof ik een open gemeenschap aan. Ik voelde me vrij, of beter, bevrijd. Ik heb er mijn leven opnieuw geconstrueerd.”

Op zijn Londense kamer begon hij liedjes te schrijven – onder andere het donkere Sick, dat eveneens op zijn debuutalbum staat, en de hit Black and gold. Eerst componeerde hij voornamelijk op computer en op keyboards, later ging hij synthesizers gebruiken, oude analoge apparaten uit de jaren tachtig.

Aan dat tijdperk doet Sparro’s muziek ook veelvuldig denken. De invloeden van Prince, een vroege Duran Duran en een late Depeche Mode zijn onmiskenbaar. Zijn voorliefde voor de jaren tachtig stamt uit zijn jeugd, zegt Sparro. Weliswaar werd hij geboren in 1982, maar „in Los Angeles, waar ik opgroeide, draaien de radiostations veel oude muziek. Bovendien vond ik de jaren tachtig in mijn pubertijd zeer interessant. Iedereen droeg make-up en had dezelfde slechte haarcoupe. Je kon vaak niet opmaken of het een man of een vrouw was. Dat spreekt me aan.”

Sparro praat en zingt. Maar na het interview en het concert dringt de vraag zich op of hij niet te snel naar voren is geschoven. Zelf vindt hij van wel. Dat blijkt als hij over zijn volgende album spreekt. Plots laat hij alle voorzichtigheid varen. Hij veert op uit zijn fauteuil. „Wat ik anders doe bij mijn volgende album? Ik zal koppiger zijn, en vaker aan mijn beslissingen vasthouden. Nu waren er te veel mensen bij het proces betrokken. En dat is raar. Bij een schilder staat de kamer toch ook niet vol mensen die zeggen: in die hoek moet een blauwe streep komen.”

Hopelijk wordt hem ook zoveel tijd gegund. Hij heeft het zelf die middag opgemerkt: „Aan de ene kant is popmuziek opwindend in Londen. Het maakt hier echt deel uit van het dagelijkse leven. Aan de andere kant veranderen trends hier snel.” Afgaande op de gulle ontvangst in de Bloomsbury Ballroom, waar hij wordt onthaald als een superster en afgaande op de uitnodiging van zanger Mika om in zijn voorprogramma op te treden, is Sam Sparro een held. Nog wel.

Het album Sam Sparro is uitgebracht bij Universal.