Bezielde Ferschtman zoekt waarheid

Robeco Zomerconcert: Minifestival Liza Ferschtman (viool), m.m.v. Inon Barnatan (piano). Gehoord: 8/7, Concertgebouw, Amsterdam. Volgende concerten: 12/7; 25/7; 13/8.

„Om grote muziek te kunnen spelen moet je je ogen gericht houden op een verre ster”, zei Sir Yehudi Menuhin. Het meest bijzondere aan het inspirerende Beethoven-spel van violiste Liza Ferschtman en pianist Inon Barnatan is dat ze hun ogen richten op precies dezelfde ster. Al toen ze in seizoen 2005-2006 hun eerste succesvolle uitvoering van alle Beethoven-sonates gaven, werd duidelijk dat Ferschtman en Barnatan van nature dezelfde taal spreken, een taal die rijker, verfijnder, gevoeliger en meer uitgesproken is dan elke taal waaraan woorden te pas komen. Wars van sterallures of effectbejag, is het getalenteerde duo op zoek naar de ultieme waarheid en schoonheid in de muziek.

Ferschtman is zonder twijfel de meest bezielde onder de jongere Nederlandse violisten. Rondom haar organiseerde de Robeco-serie deze zomer een minifestival, waarin ze behalve de sonates ook Beethovens Vioolconcert (12/7), Tsjaikovski’s Vioolconcert (25/7) en kamermuziek van Franck en Brahms (13/8) uitvoert.

Terwijl veel jonge musici focussen op instrumentale perfectie, een megatoon en ‘bluffende’ fraseringen, keren Ferschtman en Barnatan zich in hun sensitieve benadering van Beethovens sonates juist naar binnen. Ontvankelijk en vrij, niet gehinderd door dogmatische opvattingen, laten ze de geest van Beethoven resoneren, zodat de muziek zelf het voortouw kan nemen. Zo ontstaat een ademende beweging, waarin alle noten, weerbarstige accenten, geraffineerde motieven en turbulente doorwerkingen hun natuurlijke plaats en verloop krijgen.

De melancholieke Sonate in a, op. 23 speelde het duo met een verinnerlijkte dramatiek, fijntjes uitgetekend in wijds opgezette spanningsbogen. In hun expressieve benadering van de Sonate in A, op. 30 nr. 1 volgde het duo Beethovens grilligheden in de geest van Mozart, die in zijn brieven schreef dat de melodie de essentie van de muziek is, en dat muziek nooit het oor mag beledigen.

In alle opzichten briljant klonk daarna de intens geïnspireerde uitvoering van de ‘Kreutzer’ Sonate in A, op. 47, waarin Ferschtman en Barnatan de ideale balans vonden tussen uiterst persoonlijke muzikale zeggingskracht en fonkelend samenspel op het hoogste niveau.