Beter geen lege wet

De Eerste Kamer heeft zijn tanden laten zien. Op de laatste dag voor hun zomerreces verwierpen de senatoren de Aanbestedingswet die minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) had ingediend. Dat is opmerkelijk, want de volksvertegenwoordigers ‘aan de overkant’, in de Tweede Kamer, hadden de wet op 20 september 2006 unaniem goedgekeurd.

Een meerderheid in de Eerste Kamer oordeelde dat de wet kwalitatief onder de maat is. Dat is op zichzelf een treurige constatering, want van haastige wetgeving kan in dit geval toch niet worden gesproken. Het wetsvoorstel over „regels voor het gunnen van overheidsopdrachten door aanbestedende diensten en opdrachten door speciale-sectorbedrijven”, zoals de volledige naam luidt, is voor een belangrijk deel tot stand gekomen op advies van de Parlementaire Enquêtecommissie Bouwnijverheid, die haar rapport eind 2002 uitbracht. In juli 2004 kondigde toenmalig minister Brinkhorst (D66) de nieuwe wet aan, die ruim twee jaar later door zijn opvolger Wijn (CDA) door de Tweede Kamer werd geloodst. Anders gezegd: het heeft van het kabinet-Balkenende I tot en met Balkenende IV geduurd voordat de aanbevelingen van de enquêtecommissie in een wetsvoorstel waren omgezet dat uiteindelijk gisteravond laat in de de Eerste Kamer roemloos ten onder ging.

Het is pijnlijk voor de betrokken bewindslieden en hun ambtenaren dat op kwalitatieve gronden hun werk werd afgekeurd, maar de Eerste Kamer vervulde daarmee wel gewoon zijn taak. Want in zijn opvatting dat er sprake was van een wet met vrijwel geen feitelijke inhoud, was de senaat eigenlijk eensgezind. Dat de regeringsfracties van CDA en ChristenUnie (alsmede de SGP) wel hun steun aan het voorstel gaven, was dan ook vooral onder het motto: beter een lege wet dan geen wet. Dat gold zeker voor de enige VVD’er die voor het voorstel stemde, Hermans, tevens voorzitter van de werkgeversorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf MKB. Minister Van der Hoeven dacht de leemten in haar voorstel te vullen via algemene maatregelen van bestuur en andere procedures die veel minder dan een wetsvoorstel aan parlementaire controle onderhevig zijn. De tegenstem van de Eerste Kamerleden was daarom ook om principiële redenen terecht.

Mede dankzij regeringsfractie PvdA werd het wetsvoorstel verworpen. Dat wil niet zeggen dat de aanbeveling van deze fractie, om in een nieuw te maken wet ook aandacht te besteden aan onderwerpen als milieu en sociale samenhang, uitvoering verdient. Een nieuwe aanbestedingswet is nodig omdat de huidige praktijk bijvoorbeeld een integriteitstoets ontbeert. Maar hij moet vooral niet te ingewikkeld worden gemaakt. Transparantie en duidelijkheid staan voorop.

De Eerste Kamer heeft voor het kabinet nu een goede gelegenheid geschapen om uitvoering te geven aan een voornemen uit het regeerakkoord: vermindering van de administratieve rompslomp voor het bedrijfsleven.