‘Vocht, tocht, iedereen heeft iets met z’n huis’

In de Amersfoortse wijk Kruiskamp bieden gemeente en corporaties bewoners huis-aan-huis hulp aan. Ze vinden dat nodig. „Ik noem het vrijwillige bemoeizorg.”

Nogal wat professionals in de Amersfoortse achterstandswijk Kruiskamp zeggen dat zij de ogen en oren van de wijk zijn. Wijkagenten, buurtbeheerders, leefbaarheidsadviseurs van de woningcorporatie. Je krijgt het idee dat de ellende in de huizen bekend is. Hoe nodig is het dan om huis-aan-huis te vragen hoe het gaat?

Hard nodig, vindt Marja Hamers van de stichting Welzijn Amersfoort. „Veel problemen zijn bekend, maar lang niet iedereen kan er zelf iets aan doen. Mensen zien bijvoorbeeld niet het verband tussen hun te kleine woning en de druk op de opvoeding. Als dan ook hun financiën wat ingewikkelder worden, verliezen ze hun greep op het leven. Zo iemand kan uiteindelijk zijn huis kwijtraken. Of het meldpunt kindermishandeling staat op de stoep omdat het niet goed gaat met de kinderen.”

Sinds maart gaat een AV-team (Amersfoort Vernieuwt, ook wel Aanspreken en Vooruithelpen) in Kruiskamp langs de deuren. Het is het eerste punt uit het actieplan voor deze Vogelaarwijk dat wordt uitgevoerd. In vijf ‘kwetsbare buurten’ krijgen 750 adressen bezoek. Doel is problemen op te sporen en zo snel mogelijk aan te pakken. Dat moet uiteindelijk de buurt omhoogtrekken.

De bewoners krijgen eerst een brief. Kort daarop belt een van de twee intakers van het AV-team aan om een afspraak te maken. „In de brief staat dat ik hen vragen ga stellen over samenleven, sociale contacten, inkomen, gezondheid”, zegt intaker Saliha El Atrouss. „Eenmaal bij mensen thuis, begin ik eerst over de woonomgeving. Vocht, tocht, iedereen heeft wel iets met zijn huis. Daarna kun je verder.”

El Atrouss spreekt Arabisch en verschillende dialecten van het Arabisch. Maar ze treft ook Turkse, Iraakse, Pakistaanse families die weinig Nederlands spreken. Tot haar verbazing kan ze ook met hen goed communiceren, zegt ze. „Het helpt dat ik net als zij niet hier ben opgegroeid. Ik zat in het begin ook klem met de taal. Als je niet durft, denk je dat je het niet kan. Maar als ik met makkelijke woorden praat, komen we er altijd wel uit.”

Ook autochtonen accepteren haar, zegt El Atrouss. „Zij vinden mij een intelligente allochtoon. ‘Jij bent anders’, zeggen ze soms. Maar ik ben helemaal niet anders, ik ben gewoon mezelf.”

De AV-teams zijn voor Kruiskamp niet helemaal nieuw. Tussen 2000 en 2003 werd deze methode onder de naam Samen Buurten ook toegepast, in andere straten. Dit keer zijn er vooraf meer afspraken gemaakt met instellingen die de hulp moeten gaan bieden. En de hulp kan langer duren: maximaal drie jaar. „In het begin werd iemand meteen weer losgelaten na bijvoorbeeld toeleiding naar taalles of het RIAGG”, zegt projectleider Marja Hamers. „Nu gaan we een half jaar later nog eens kijken hoe het gaat en welke stap iemand dan wil zetten.”

Nieuw is ook de gelijktijdige inzet van een ‘buurttoezichtteam’ voor meer sociale controle. Het bestaat uit een medewerker van de gemeente en van de woningcorporatie. De een mag binnen, de ander buiten corporatiecomplexen optreden tegen bijvoorbeeld rondslingerend huisvuil.

Wat komen de intakers tegen? Een jong stel dat bekent dat ze iets te veel schulden hebben gemaakt. Een mishandelde vrouw die gescheiden is, maar toch weer onder druk komt te staan omdat de bij haar wonende kinderen hun vader binnenlaten. Alcoholverslaving, schulden, apathie, isolement. Mensen die eigenlijk niet eens meer wat willen.

Wordt hulp nodig geacht, dan moet die binnen een maand beginnen. Een ‘kernteam’ met vertegenwoordigers van instellingen als thuiszorg, maatschappelijk werk, schuldhulp, sociale zaken en de woningcorporatie, vergadert tweewekelijks over de intakegesprekken. Al die instellingen moeten de capaciteit hebben om snel te kunnen reageren. Dat houdt Pauline Promes in de gaten, opdrachtgever vanuit de gemeente. Soms wil de gemeente ook (mee)betalen. Aan een gezinscoach bijvoorbeeld, die een tijdje meedraait om weer structuur aan te brengen in het gezinsleven. Deze werken meestal bij jeugdzorg of maatschappelijk werk en worden uit de AWBZ betaald. „Maar dan moet er bijvoorbeeld een psychiatrisch probleem zijn”, zegt Promes. Is zo’n probleem er niet, en heeft het gezin toch baat bij een coach, dan kan de gemeente betalen.

De intakers bereiken volgens Marja Hamers 70 procent van de benaderde gezinnen. De rest gaat binnenkort verhuizen, wil om andere redenen niet praten of geeft ook bij 10 tot 15 keer aanbellen niet thuis. Eenderde van de bezochte bewoners wil hulp, verwacht Hamers. „Ik noem het vrijwillige bemoeizorg. Er komt iemand aan de voordeur waar je niet om hebt gevraagd. Maar jij kiest of je de deur opendoet, of je iets vertelt en of je een vervolgafspraak wilt maken.” Als de intakers sporen van mishandeling zien, of horen dat ergens gedeald wordt, kan de hulp dringender worden aangeboden.

Dat komt voor, zegt Saliha El Atrouss. Maar zij doet in principe niets achter de rug van bewoners om. „Ik probeer ze liever te motiveren zelf iets aan hun probleem te doen. Niemand wil mishandeld worden. Maar soms weet een vrouw niet de weg. Of ze is bang dat ze weer op straat wordt gegooid. Dan proberen we samen een oplossing te vinden.”

Een aantal gezinnen uit de vorige ronde is naar een andere wijk verhuisd toen het beter ging. „Sommige mensen zullen altijd enige vorm van ondersteuning nodig hebben”, zegt Hamers. „Niet iedereen heeft de vaardigheden om zijn weg te vinden in deze maatschappij.”