Solidair

Eindelijk zag ik een grootse Hinault op het podium. De accuratesse waarmee hij in Nantes die demonstrant van het plateau veegde, getuigde van intrinsiek talent. Le Blaireau hoefde nadien niet eens zijn colbert te herschikken. De knalrode kleur van zijn gelaat keerde in een paar seconden terug naar de gezonde boerenblos.

Jarenlang vroeg ik me af waarom de vijfvoudige Tourwinnaar genoegen nam met een erebaantje als conciërge van het huldigingspodium. Ik heb het hem eens op de man af gevraagd. Toen stak hij fier zijn borst vooruit en roffelde een paar keer met vuist op de plek van zijn hart. Zonder zich nader te verklaren, overigens. Nu weet ik wat hij bedoelde. ‘De Das’ is de uitsmijter van de Tour.

De eerste glimp die ik opving van Hinault dateert van lang geleden. Net thuis van een amateurkoers in een negorij in Brabant zit ik met het bord op schoot voor Studio Sport. Een verslag van de Dauphiné Libéré. Ik zie een renner uit een ravijn klauteren die weer opstapt of er niets aan de hand is, en die ook gewoon zegeviert. Hinault had de Tour toen nog niet gewonnen, maar daar kwam snel verandering in.

In zijn eerste (gewonnen) Tour zag ik hem – nog steeds met bord op schoot – een rennersstaking ‘voorzitten’. Hinault de leider, de solidaire. Le patron du peloton.

Onder die patron kwam ik een paar jaar later te koersen.

Wat een vierkant natuurgeweld. Ik herinner me vooral zijn achterkant. Vanuit de persoonlijke optiek zou ik liever spreken van Hinault als natuurramp. Want dat zijn de grote kampioenen voor hun tegenstanders, natuurrampen. Maar in het geval-Hinault wel de laatste solidaire natuurramp. De grote Tourkampioenen na hem, Indurain, Armstrong, waren ieder op hun eigen manier vooral solidair in het navelstaren.

Ik herinner me een Bretons criterium, na de Tour. Onverwachte dopingcontrole, ‘het podium’ moest in een potje plassen. In die tijd reden de Fransen gaarne op partydrugs om de voorbije Tour te vieren. Hinault zei: „Er wordt vandaag niet geplast.” Het podium heeft die dag ook niet geplast.

Dit is mijn warmste herinnering aan de natuurramp: in de Catalaanse week was het, begin jaren tachtig. Om de haverklap loopt het peloton vast in een fuik van demonstranten. Dan zijn het herders die aandacht voor hun problemen vragen, dan weer fabrieksarbeiders, kantoorklerken, edelsmeden, vlastelers, molenaars. Het peloton kreeg er tabak van. Uit naam van het peloton duikt Hinault tegen de vijftig kilometer per uur de meute in. Een stofwolk, deze striptekening: Obelix werpt Romeinen. De weg was snel vrij.

Een paar dagen geleden zag ik Hinault tussen zijn Bretonse kampioenskoeien in een filmpje van Studio Sportzomer. „Je hoort hier niets dan vogels”, zei hij.

Vogels, koeien en wielrenners, Hinault is solidair met allen.

Peter Winnen blogt op nrc.nl/tour