Ruimte om te denken

De leegstand van nu zo’n vierduizend cellen is goed nieuws. Door het groeiend gebruik van taakstraffen en de afname van ernstige misdrijven staat nu één op de vijf cellen leeg, zo werd zaterdag in NRC Handelsblad beschreven. De behoefte aan cellen blijkt lastig te voorspellen. De snelle afname van de vraag kwam als een verrassing. Het omgekeerde is ook mogelijk. Prompte koerswijzigingen nu zijn dus ongewenst, hoe verleidelijk een pleidooi ook is om de jeugdzorg te hulp te schieten, die schreeuwt om gebouwen, personeel en terreinen met muren eromheen.

Maar bemoedigend is dat de leegstand mede wordt veroorzaakt door de toename van straffen in de samenleving. Taak- en leerstraffen, boetes, schadevergoedingen, cursussen, elektronisch huisarrest: het zijn positieve ontwikkelingen die het repertoire van justitie versterken om gedrag alternatief te beïnvloeden. Dergelijke maatregelen laten gezinsstructuren heel, doen geen schade aan werkrelaties en laten huisvesting intact. Na ruim tweehonderd jaar ervaring met insluiten is genoegzaam bekend dat de cel alleen tijdelijk soelaas biedt. Het bijeenbrengen van delinquenten onder één dak bevordert recidive, creëert nieuwe solidaire gemeenschappen en bevestigt ook deviant gedrag als levensstijl.

Daarmee is niet gezegd dat celstraf geen preventief effect heeft. Dat heeft het wel, zij het vooral op degenen die er al gevoelig voor waren. De behoefte aan vergelding is reëel, evenals aan beveiliging, zeker voor ernstige misdrijven. De cel als sociale maatregel blijft echter een zwaktebod.

Leegstand betekent dat er voor het eerst in jaren penitentiair beleid gevoerd kan worden, gericht op kwaliteit en niet alleen op capaciteit. Justitie kan daders sneller insluiten. ‘Lik-op-stuk’ kan nu ook realiteit worden. Bij celoverschot kunnen gedetineerden in eigen arrondissement worden opgesloten, zodat zittingen vroeger kunnen beginnen en reistijden afnemen, niet alleen naar de rechtbank, maar ook voor advocaten en familie. En over de noodzaak van meerpersoonscellen kan opnieuw worden nagedacht. Daarvoor zijn nu andere argumenten nodig dan alleen een tekort, argumenten die ook moeilijker te vinden zijn.

Als de achterliggende oorzaken structureel zijn, dan verandert bovendien de gevangenisbevolking. Nieuwe keuzes voor de lange termijn doemen op. Vooral de ‘moeilijke jongens’, die ongeschikt zijn (gebleken) voor taakstraf, worden opgesloten. Al jaren neemt het aantal gedetineerden met psychiatrische problemen toe. Ook gevangenissen zullen, met de bevolking mee, vergrijzen en etnisch nog diverser worden. Daardoor wordt het gevangeniswezen complexer, duurder en bewerkelijker. Niet alleen de doelmatige ‘cellenhal’ heeft meer de toekomst, met weinig personeel en veel elektronica, gericht op snelle doorstroming. Aan de horizon doemt de zorggevangenis op, half-kliniek en half-inrichting, die de tekorten van de maatschappelijke psychiatrie opvangt. Celstraf wordt maatwerk.

Of personeel en gebouwen daarop zijn voorbereid is de vraag. Maar de leegstand geeft lucht. Om na te denken, uit te proberen en nieuwe keuzes af te bakenen.