Roofwants vervangt gifspuit in de tomatenkas

Tuinders zoeken toenadering tot de milieubeweging om schonere groenten te kweken. De vraag is of klanten willen betalen voor tomaten met minder gif.

Ondernemer Frank van Kleef is goed bevriend met de milieubeweging. „Als wij over vijftien jaar nog willen bestaan moeten we maatschappelijk geaccepteerd blijven”, zegt de tomatenkweker in het Noord-Hollandse Middenmeer. Kritiek op het gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen beschouwt hij als een uitdaging om ze niet te gebruiken. Welbegrepen eigenbelang speelt daarbij een rol: „Ik ga toch geen schadelijke middelen gebruiken voor m’n tomaten als ik die aan m’n kinderen te eten wil geven?”

In een vergaderzaal op de kwekerij zit Van Kleef aan tafel met Wouter van Eck van Milieudefensie. Voor veel boeren en tuinders is Van Eck, wegens zijn acties tegen landbouwgif en bio-industrie, de belichaming van de bemoeizieke stadsbewoner die de boer het leven onmogelijk wil maken. Van Kleef heeft de milieubeweging echter opgezocht en een unieke overeenkomst gesloten. De tomaten van Van Kleef gaan aan hogere milieueisen voldoen dan wettelijk voorgeschreven en hij krijgt daar een extra keurmerk voor: ‘Weet wat je eet’, een actie voor het terugdringen van landbouwgif van Milieudefensie, Natuur en Milieu en de consumentenorganisatie Goede Waar & Co.

Vorige maand leed deze campagne nog een nederlaag toen de Europese landbouwministers besloten het gebruik van kankerverwekkende stoffen in landbouwgif niet volledig te verbieden. Sommige middelen zijn nu eenmaal nodig voor de voedselvoorziening, zei minister Verburg (Landbouw, CDA) over dat besluit. Kweker Van Kleef is echter wel bereid zo ver te gaan als de milieubeweging wil, zonder overigens biologisch te gaan boeren.

Het bedrijf van Van Kleef ziet eruit als een laboratorium. De bezoeker moet beschermende kleding aan: jas, overschoenen, haarnetje en rubberen handschoenen. Bij elke ingang van een kas ligt een mat die nat is van ontsmettingsmiddelen. De tomatenplanten zweven boven een betonnen vloer met de wortels in bakken waar water met de juiste voedingsstoffen doorheen wordt geleid. Blauw oplichtende transparante buizen verhogen het ‘onaardse’ gevoel: ultraviolette stralen om het water te ontsmetten. ‘Aarde’ ontbreekt in de kassen.

Het bedrijf is de status van gezinsbedrijf ruimschoots ontgroeid. De kassen beslaan 45 hectare, er lopen ongeveer 200 werknemers rond en de omzet ligt rond de 23 miljoen euro. Het bedrijf, Royal Pride, heeft vier eigenaren onder wie Van Kleef met de titel algemeen directeur.

In een kas toont Van Kleef een kleverig plastic plaatje dat tussen de planten hangt. „Kijk, dit is bijvoorbeeld een roofwants die we gebruiken om onder meer de mineervlieg te bestrijden”, legt Van Kleef uit, terwijl hij de verschillende insecten toont die tegen het plaatje zijn aangevlogen. De larven van de mineervlieg vreten tomatenplanten. Door regelmatig de insecten te tellen op de plaatjes die overal in de kas hangen, weet men precies wat er aan insecten rondvliegt, wat de verhouding is tussen roof- en prooidieren en of het nodig is extra roofdieren in te zetten. „We hebben dus eigenlijk nooit insectenplagen.”

Bestrijdingsmiddelen zijn wel op het bedrijf aanwezig maar Van Kleef zet die alleen in als hij geen andere mogelijkheid ziet. „En dan het liefst heel gericht. In een klein deel van de kas bijvoorbeeld.”

Lang niet alle tuinders en boeren zijn zo spaarzaam met gif. 3 procent van alle fruit en groente in Nederlandse winkels bevat meer gif dan wettelijk is toegestaan, zo is gebleken uit controles van de Voedsel en Warenautoriteit in 2006-2007. Via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur hebben de drie organisaties van ‘Weet wat je eet’ deze cijfers boven tafel weten te krijgen. Analyse van de cijfers resulteerde in de ‘gifmeter’: het meest vervuilde product is de druif, de supermarkt met de meeste producten met een gezondheidsrisico is Attent en het productieland met de slechtste score is Turkije.

„Wat moeten we doen om te zorgen dat milieuorganisaties onze producten gaan steunen?” was de vraag waar Van Kleef mee zat. Tegelijkertijd merkte Van Eck dat er grote kwaliteitsverschillen zijn tussen producten en dat juist de Nederlandse tuinders een „gemiddeld schoon product” hebben. Maar schone en vervuilde producten liggen anoniem naast elkaar in de winkelschappen.

Toen Van Kleef in november vorig jaar via bemiddeling van adviesbureau CLM bij de organisaties van ‘Weet wat je eet’ aanklopte, bleken de geesten rijp om snel zaken te doen. Na het publiceren van alle negatieve gegevens in de gifwijzer, zegt Wouter van Eck, „is het nu belangrijk om te laten zien hoe het wel kan. We hebben te veel tegenover elkaar gestaan, terwijl dit soort ondernemers juist onze steun verdienen.”

Beide partijen – ook een aantal collega’s van Van Kleef binnen de telersvereniging Fresteem doen mee – hebben gezamenlijk een lijst voorwaarden opgesteld. Niet alleen een verbod op het gebruik van bestrijdingsmiddelen die de milieubeweging op een zwarte lijst heeft gezet (ook al zijn ze wettelijk toegestaan), maar ook voor bijvoorbeeld energiegebruik. In ruil krijgen de tomaten van Van Kleef binnenkort een ‘Weet wat je eet’-sticker.

Rest nog één probleem: willen supermarkten en consumenten extra betalen voor deze schone tomaten? Want het kost meer geld om werknemers insecten te laten tellen en schimmelplekjes met de hand te behandelen, dan om op elk probleem de gifspuit te zetten. Van Kleef is al begonnen met een proef om zijn producten onafhankelijk op de markt te brengen, maar rekent ook op steun van de milieuorganisaties: „We gaan samen naar de supermarkt.” „We hebben al veel druk uitgeoefend”, zegt Van Eck, „en daar zijn supermarkten gevoelig voor, ook al reageren ze kribbig.”

De gifmeter is te vinden op www.weetwatjeeet.nl