Qiu Xiaolong

Qiu Xiaolong beschrijft zijn vaderland China vanuit de Verenigde Staten. Door het lezen van zijn literaire thrillers over de dagelijkse beslommeringen van hoofdinspecteur Chen in Shanghai, die en passant ook nog een moord dient op te lossen, denkt de lezer een aardige indruk van de levensomstandigheden in deze miljoenenstad aan de andere kant van de wereld te krijgen.

NRC-boekenrecensent Toef Jaeger schreef al eerder in deze rubriek over Duizend schitterende zonnen van bestsellerauteur Khaled Hosseini: ‘De meeste lezers zullen niet in Afghanistan zijn geweest, maar ze krijgen wel het gevoel iets beleefd te hebben dat in de buurt komt van een grondige rondreis. Het boek is de next best thing. Ze begrijpen land en cultuur nu ineens beter, denken ze.’

Hetzelfde geldt voor de lezer van Xiaolongs roman Als rood zwart is (Signatuur, € 19,95), die uiteraard nog nooit in China geweest is. Xiaolongs situering is zo gedetailleerd, zo zorgvuldig uitgelegd, dat de niet-bereisde lezer tot z’n grote opluchting ontdekt eindelijk die hoogst ingewikkelde Culturele Revolutie een klein beetje te begrijpen. En hij denkt inzicht te krijgen in de complexe culturele veranderingen in het hedendaagse China onder invloed van actuele economische verbeteringen en kapitalistische hervormingen.

‘Die gedachte is neerbuigend’, schreef Jaeger, ‘want een roman is een roman, dat wil zeggen verzonnen. En ook wanneer het om een verhaal gaat dat zich afspeelt in een andere cultuur, is niet gezegd dat je daarmee ook werkelijk iets leert of beleeft wat met het betreffende land te maken heeft.’

Nee. Misschien niet. Maar voor iemand die echt van niks weet en nog nooit in het betreffende land is geweest, is het allicht een kleine toenadering. In dit geval biedt het boek een aantal aardige gezichtspunten op de Shanghaise leefsituatie, die de lezer die het nog niet met eigen ogen heeft kunnen aanschouwen toch tenminste iets leert over de cultuur. Al dan niet beschreven door een veramerikaniseerde Chinees die al sinds 1989, toen het bloedbad op het Plein van Hemelse Vrede plaatsvond, niet meer naar zijn vaderland is teruggekeerd.

Voor diegene dan, die toch wil weten hoe men in deze roman leeft, daar in de grote stad in dat verre land waar onze olympische kampioenen straks hun records gaan vestigen. Het land dat buurland Tibet al decennia onderdrukt. Dat land dat mensenrecht schendt en de goedkoopste arbeidskrachten ter wereld levert. Dat land waar het ‘Mao Zedong Denkpropaganda Team’ zijn communistisch bewind voerde en waar ze bij elke maaltijd mie eten. Waar ze huizen bouwen in ‘shikumen-stijl’ – een tweekamerwoning waar gemiddeld zestien families in wonen die met de andere honderd buren koken, werken en winkeltjes drijven in de aanpalende gemeenschappelijke steeg. Waar mannen in functie met ‘Kameraad’ worden aangesproken en de rechercheur als beloning voor het oplossen van de moord door de hoofdinspecteur op de wachtlijst voor een tweekamerappartement wordt gezet.

Voor diegene dus, die beseft dat het ‘maar’ een roman is.