Pro-Europese regering in Belgrado na duivelspact

Nieuwsanalyse

Servië heeft een nieuwe, pro-Europese regering. Het is een pragmatische, maar onwaarschijnlijke coalitie van de gezworen vijanden uit het Milosevic-tijdperk.

Boedapest, 8 JULI. - In de Servische hoofdstad Belgrado zal worden gestreden om de eer. Wie kreeg het onmogelijke alsnog gedaan? Welke briljante strateeg is er voor verantwoordelijk dat in Servië de ultranationalisten de mond is gesnoerd, ten faveure van de hervormingsgezinden? Vandaag treedt in Servië een nieuwe regering aan van het pro-Europese blok, onder aanvoering van de Democratische Partij (DS) van president Boris Tadic, en de Socialistische Partij Servië (SPS).

Een verrassing met een bijsmaak: de SPS is de partij van wijlen Slobodan Milosevic, de dictator waartegen Tadic en zijn democraten in de jaren negentig vochten. In oktober 2000, toen de regering-Milosevic bij een volksopstand ten val werd gebracht, stonden de democraten en socialisten op de barricaden tegenover elkaar.

Het met zijn geweten worstelende Servië, dat als rompstaat uit de Joegoslavische oorlogen kwam, kreeg de laatste jaren vernedering op vernedering te verduren. De laatste: de door het westen gesteunde onafhankelijkheidsverklaring van de in meerderheid door Albanezen bewoonde provincie Kosovo, op 17 februari dit jaar. Het bleek de opmaat naar de val van de regeringscoalitie van premier Vojislav Kostunica’s nationalisten en Tadic’ pro-Europeanen. De Europese Unie, ‘de vriend van de Kosovo-Albanezen’, had het voorgoed verbruid; Rusland, dat Servië blijft steunen in de kwestie-Kosovo, werd omarmd als liefhebbende peetvader.

Bij vervroegde verkiezingen in mei bleek de liefde voor Rusland echter al grotendeels bekoeld. De meeste Serviërs, gefrustreerd door hun jarenlange isolement, stemden alsnog voor het pro-Europese blok. Maar de zetelwinst was onvoldoende voor Tadic om het initiatief naar zich toe te trekken.

De voor onmogelijk gehouden coalitie is het product van een lobby, gevoerd door Amerikaanse en Britse diplomaten. De EU had nooit rekening gehouden met een mogelijke sleutelrol van de SPS – een obscure club van zakentycoons met wortels in het Milosevic-tijdperk waarmee Europese gezanten liever niet praten. De Britten en Amerikanen zochten de SPS juist op en haalden de tycoons over zich in het kamp van de democraten te scharen.

De EU bood weliswaar het perspectief – Servië’s integratie in Europa. Maar in het politieke pokerspel in Belgrado schoten de EU-gezanten in een kramp. Deels begrijpelijk, vanwege de moeilijke positie van de EU die in Kosovo een missie startte waar Servië zich tegen verzet. Alleen de VN, die sinds de oorlog (1998-1999) Kosovo bestuurt, heeft er volgens de Serviërs het mandaat. De EU-missie wordt niet erkend. Om die reden moest de EU zich bij de regeringsvorming gedeisd houden.

Maar volgens politiek-analisten in Belgrado maakte de EU een inschattingsfout door te denken dat de kwestie-Kosovo de doorslag zou geven. De komende jaren staan er in Servië lucratieve privatiseringen van oude staatsbedrijven op de agenda. Om daar zakelijk van te profiteren zijn warme politieke banden in eigen land onontbeerlijk. Alleen daarom ging de SPS overstag en krijgen de pro-Europeanen nu een kans. In die zin komt de EU met de schrik vrij.

„Het verbeteren van de relaties met de EU heeft de hoogste prioriteit”, zegt de nieuwe, partijloze premier Mirko Cvetkovic. Naast hem staat vicepremier Ivica Dacic, die zijn politieke loopbaan begon als woordvoerder van Milosevic. Dacic krijgt als minister van binnenlandse zaken de leiding over de politie, en is daarmee grotendeels verantwoordelijk voor de zoektocht naar oorlogsmisdadigers Mladic en Karadzic. Om verder te onderhandelen over Servië’s toetreding eisen de meeste EU-lidstaten uitlevering van het tweetal aan het Joegoslavië-tribunaal. Dacic, die strijdt voor de rehabilitatie van de familie Milosevic, lijkt op voorhand geen geschikte gesprekspartner als het gaat om samenwerking met het tribunaal.

Het pact tussen de gezworen vijanden heeft pas kans van slagen als het Tadic-kamp de beloofde hervormingen doorzet, en tegelijk de SPS tevreden houdt door een eerlijke verdeling van de economische macht. Dat vergt een cynische politiek. De EU zal daar, vanaf de zijlijn, aan moeten wennen.

Zo lost wellicht ook de kwestie-Kosovo zich vanzelf op. „Kosovo geven we nooit op!” zeiden Tadic en Cvetkovic gisteren, nadat het Servische parlement de nieuwe ministersploeg goedkeurde. Maar morgen kan alles anders zijn. Binnen de democratische partij van Tadic gaan al stemmen op om aan te sturen op een opdeling van Kosovo, in een Servisch en een Albanees gedeelte.