Pleidooi voor regionale media komt erg laat

Als laatste hoofdredacteur van de zelfstandige Haagsche Courant heb ik de wereld van uitgeverij Wegener leren kennen. Daarna verbaas je je nergens meer over in krantenland. Maar bij het lezen van het artikel van Gerard Driehuis, oud-hoofdredacteur en oud-directeur van het Wegenerdagblad Tubantia (Opiniepagina, 5 juli), moest ik mijzelf toch even in de arm knijpen. Ik heb in Wegenerverband talloze vergaderingen meegemaakt waarin hoofdredacteuren van hun werk werden gehouden om `synergie` te bereiken, lees: te bezuinigen. Vaak trof ik daar de heer Driehuis. Hij was van hoofdredacteur directeur geworden en dat zijn de fanatieksten. Waar hij ook het woord voerde, hij was de felste pleitbezorger voor nog veel meer bezuinigingen op redacties dan de raad van bestuur voorstelde. Journalisten waren luie wezens, waarvan je er altijd te veel had, was Driehuis` enthousiast uitgedragen overtuiging.

Zo herinner ik me een bijeenkomst met de hele Wegenertop waarin de heer Driehuis opstond en bepleitte dat er `diep moest worden gesneden` in de `bleeders` (zijn term) in de Randstad (de Haagsche Courant en het Utrechts Nieuwsblad), dan zouden alle problemen van het concern voorbij zijn. De bleeders zijn inmiddels opgegaan in het AD en met Wegener gaat het helaas niet veel beter.

Driehuis heeft gelijk dat sterke regionale kranten noodzakelijk zijn voor de lokale democratie. Het is alleen zo jammer dat hij dat niet een paar jaar eerder bedacht, toen hij er nog wat aan kon doen. Met deze verzetsstrijder na de oorlog schiet de regionale pers niets op.